De schelpen van professor Lever

Mantelschelpen, © K. Dijksterhuis

“Als ik naar schelpen kijk, word ik zo religieus als wat”, zei Jan Lever tegen interviewer Willem Bouwman in het Nederlands Dagblad van 17 maart 2006. Toch had de bioloog het creationisme al lang de rug toegekeerd. Dat begon in de jaren ’30 op de H.B.S. Lever groeide op in Delfzijl waar geen christelijke school was. Bij de openbaren ontdekte hij dat er meer was dan het scheppingsverhaal, dat je de variatie aan levensvormen beter kon verklaren als je de Bijbel erbuiten liet. Hij was één van de eerste christelijke wetenschappers die evolutie niet op voorhand afwees als duivelse bedreiging van het geloof. Lever werkte van 1952 tot 1986 als hoogleraar aan de Vrije Unversiteit. Hij verkondigde dat evolutie nou eenmaal plaatsvond en dat zulks niet in strijd hoefde te zijn met een almachtig opperwezen. Sterker nog: misschien had God de evolutie wel goedgekeurd. Dat was gewaagd in de jaren ’50, toen gelovigen iemand die de zesdaagse schepping niet letterlijk nam het liefst hadden gestenigd. Desondanks wist Lever de evolutietheorie in gereformeerde kringen acceptabel te maken.

Toch bleef hij piekeren over de moeizame combinatie van schepper en evolutie. Met de bedenkers van het intelligent design had hij weinig op. “Ze moeten er eerlijk voor uitkomen dat ze in de schepper geloven”, vond hij, en niet net doen of hun creationisme wetenschappelijk is. Maar die schelpen waren wel heel knap gemaakt…

Als jongen mocht ik op Schiermonnikoog met professor Lever op schelpenexcursie. Die herinnering heb ik opgehaald toen we vorig jaar contact hadden over een natuurdagboek over schelpen. Gisteren zag ik in Trouw de overlijdensadvertentie. Hij werd 88, wat een mooie leeftijd.