De schaamteloze, vrije koekoek

© foto: Harvey van Diek

De bloemen en insecten die verschijnen, zijn niet meer bij te benen. Vogels gaan nog. Vorige week zag ik de eerste gierzwaluwen. Drie van deze snelle jongens of meisje gierden van Zuid- naar Oost-Flevoland. Toen hoorde ik ook de eerste tuinfluiter, de eerste kleine karekiet, de eerste bosrietzanger. Maar die gierzwaluwen brachten de lente. De eerste koekoek hoorde ik juist op de regenachtige maandagochtend na een week zon. Ik werd om zes uur wakker en hoorde ‘koekoek’, gevolgd door ‘koekoekoek’, want bij een koekoek slaat de stem weleens over. Het gaat niet zo best met onze koekoeken. Hun leefgebied hier wordt er niet beter op, de grote rupsen waar ze zo gek op zijn, zijn niet meer zo talrijk, en in Afrika gaat hun winterverblijf er ook al niet op vooruit.

Ik ben elk jaar weer extra blij als ik de eerste koekoek hoor. Het is toch te gek om zo’n vreemde kostganger te laten wegkwijnen? Koekoeken doen wat we allemaal heimelijk willen, maar niet hardop toegeven: de kinderen bij anderen onderbrengen. We zouden ze wel even missen, maar kijk naar om het even welke jonge ouders. Ze zijn blij met hun baby, ze ontvangen kraamvisite, geven zelfs geboortefeestjes en besteden een fortuin aan allerlei moois waar baby zelf geen snars om geeft. Ze ontkennen de postnatale depressie maar wat ze niet kunnen verbergen is hun diepste drijfveer: de kinderen zo snel en lang mogelijk laten slapen. Dan pas zijn ze draaglijk, dan pas lief. Eindelijk word je even niet geleefd door die huilebalken.

Een koekoek heeft daar geen last van. Ze doet het gewoon, schaamteloos. Wat een vrije vogels.