De pluspunten van speenkruid

Grootbloemig speenkruid. Foto Koos Dijksterhuis
Grootbloemig speenkruid. Foto Koos Dijksterhuis

De eerste werden eind november al gevonden, en de volgende in december, maar dat waren de voorlopers, de “early adapters”. De hoofdmacht van het speenkruid komt nu tot bloei, een stuk vroeger dan anders. De ronde blaadjes vormen tapijten op de bodem van kale loofbossen en op slootoevers. De slootoevers waar de zon midden op de dag op schijnt, krijgen het eerst een botergele gloed. Op het zuiden gerichte bosranden zijn een goede tweede en langzamerhand komen ook de lommerrijke plekken in bloei. Maar dat duurt even, speenkruid kan tot in mei bloeien.

Met zijn stervormige bloemen is speenkruid een zo karakteristieke lentebode, dat ie ieder voorjaar in minstens één Natuurdagboek de ster hoort te zijn. Er zijn mensen die wel van planten houden, maar die speenkruid verafschuwen. Dat mag zo zijn, al vind ik het verafschuwen van speenkruid even wonderlijk als het verafschuwen van de geur van gemaaid gras.

Ik heb polletjes speenkruid de tuin in gehaald. Speenkruid slaat gemakkelijk aan, dankzij de speenvormige knolletjes die de planten onder hun bladoksels aanmaken en die in bijna iedere tuin wel een voedingsbodem vinden. Speenkruid zorgt voor bloei in de late winter en vroege lente. Voordat de laagblijvende plantjes andere tuinplanten in de weg kunnen zitten en als onkruid beschouwd zouden kunnen worden, schrompelen ze alweer helemaal weg.

Louter pluspunten en voordelen dus, dat speenkruid. Hij haalt zonder meer de 3 in mijn plantaardige top-10. In die top-10 staan naar schatting honderd soorten. Op 2 staat bosanemoon en op 1 parnassia, dat u het even weet.

Speenkruid kan soms stompere en bredere bloemblaadjes hebben dan gewoonlijk. Dat is de ondersoort grootbloemig speenkruid.

(Natuurdagboek Trouw vrijdag 19 feb. 2016)