De metselbij en het tafeltje

Rosse metselbij, © Jeanette Essink

De rosse metselbij die eind april rond het tafeltje zoemde, liet zich na mijn ronde van Frankrijk niet meer zien. Ze was vast dood. Het was een binnentafeltje, niet bestand tegen nattigheid, maar ik liet het buiten staan omdat de metselbij een nestje metselde in een gat aan de onderkant. In dat gat zat een verzonken schroef. Er waren zes van die gaten. Ik legde plastic over het tafeltje, tegels erop, en het regende toch niet begin mei. Later wel, en het tafeltje begon meteen kieren te vertonen. Ik keek eronder en zag er geen gat meer in. Alle zes de gaten waren dichtgepleisterd. Die metselbij wist van aanpakken! Nu wacht ik op wat eruit komt.

Rosse metselbijen leven alleen, niet in een volk. Ze worden daarom solitaire bijen genoemd. Ze zijn kleiner dan honingbijen, maar hebben een dikke kont. Hun beharing is roodbruin. Je zou een rosse metselbij voor een klein hommeltje kunnen aanzien. Metselbijen steken niet. Ze kunnen wel irritant om je hoofd zoemen, als je aan een tafeltje gaat zitten, waarin ze aan het metselen zijn. Zo’n bij metselt een holletje dicht met een stuk of tien cellen. In elke cel legt ze een ei, voorzien van wat lekkers voor later. Onder mijn tafeltje rijpen dus zestig metselbijeneitjes. Als daar larven uitkomen, eten ze het lekkers en verpoppen ze zich tot bij. Dan knagen ze zich door het metselwerk naar buiten. Dat gebeurt na een jaar.

Een jaar. Waar zou ik volgend jaar wonen, hoe zou het tafeltje er dan aan toe zijn en kan ik het zolang binnen zetten of drogen de nestjes dan uit? Vragen, vragen…