De luchten en de kwelders

Kwelder. Foto Koos Dijksterhuis
Kwelder. Foto Koos Dijksterhuis

Door de provincie Groningen begeef ik me noordwaarts. Ik laat de laatste nederzettingen achter me. Door coupures in oude dijken voorbij Westernieland kom ik terecht in ingedijkte landaanwinningsgronden, hompige akkers voor eerappels en bait’n. Dit is de marge van ’s lands periferie. Een weggetje, zo smal en besmeurd met zeeklei dat het met het blote oog nauwelijks waarneembaar is, wijst nóg verder noordwaarts om tegen de laatste dijk dood te lopen. De moderne zeedijk, die als een groene, met schapen bespikkelde verdedigingswal oprijst uit het vlakke land.

Op die dijk giert de wind me om de oren. Ik kijk uit over de kwelders: geel, bruin en groen. Ze kunnen ook oranje zijn, of paars; het hangt af van het seizoen en van het licht. De wolkenluchten hier zijn Hollandser dan Holland ze ooit ziet. Het is de lucht achter Oethoez’n. De grauwe en witte wolken, de blauwe en grijze luchten weerspiegelen in de Waddenzee. De gouden en zilveren zonnestralen glinsteren op het wad en zetten de kwelders in brand. De zilverreigers, zilvermeeuwen en zilverplevieren schitteren vanuit hun slenken, vanaf hun slikken en paaltjes.

Deze kwelders zijn de landaanwinningswerken van weleer. De vloed klotst via de slenken en sloten tot onderaan de dijk, maar verder is er jong land. Zeewaarts wordt het drassiger en gaat het land kopje onder. Verderop worden met takkenbossen nieuwe bezinksels van slijk vastgehouden, maar hier mogen land en zee het helemaal zelf weten. Dit is een terrein van het Groninger Landschap en wel één van de weidste en luchtigste van Nederland. Als de wind de muizenissen uit mijn oren heeft geblazen, keer ik terug naar de bewoonde wereld.

(Natuurdagboek Trouw vrijdag 4 maart 2016)

De luchten en de kwelders
DELEN