De laatste Dalton

Dasje en knorrig konijn. Foto Koos Dijksterhuis
Dasje en knorrig konijn. Foto Koos Dijksterhuis

Onze konijnen en cavia’s waren soms de helden in het natuurdagboek. We noemden ze de Daltons, omdat ze met hun vieren waren. Twee konijnen, twee cavia’s. De konijnen werden anderhalf jaar geleden onthoofd door een steenmarter, de ene cavia ging een half jaar geleden dood. De andere was voor caviase begrippen bejaard: zeven. Hij scharrelde zijn kostje bijelkaar op het grasveld, een leefwereld van vier bij zeven meter, met gras, paardebloemen, klavers. Ik hoefde nooit gras te maaien. Ook klokhuizen, paprikaharten, witlofblaadjes, wortels, komkommer, druiven, tomaten en perzikpitten vonden gretig aftrek.

Hij was de laatste, Dasje, en wij vonden het maar eenzaam, zo’n cavia alleen. De cavia zelf leek er minder onder te lijden. Toen hij gezelschap kreeg van een elders overbodig, knorrig konijn, negeerden cavia en konijn elkaar eerst. Maar ze wenden aan elkaar en werden vriendjes. Als de cavia in het nachthok zat te simmen, kwam het konijn hem porren om buiten te spelen en weldra huppelden ze samen door de tuin. De cavia lag graag tegen het langharige konijn aan, lekker warm.

Want zomer en winter, dag en nacht bleven de dieren buiten. Natuurlijk hadden ze een nachthok met zaagsel en hooi, maar de schuur in gingen ze alleen bij temperaturen die de laatste winters niet zijn voorgekomen. Volgens de websites en handboeken verdragen cavia’s geen kou, maar deze bereikte er een leeftijd mee die volgens diezelfde handboeken uitzonderlijk is.

Op zijn oude dag werd hij tammer. Hij liet zich aaien en vlijde zich dan zwijmelend neer, met halfgesloten oogjes. Afgelopen dinsdagmorgen graasde hij nog opgewekt rond, ’s middags was hij koud en stijf. Voortaan moet ik weer gras maaien. De laatste Dalton is dood.

(Natuurdagboek Trouw woensdag 4 maart 2015)