De kleine mooie dwergzegge

Dwergzegge, © K. Dijksterhuis

Zeggen zijn planten die eruitzien als grassen, maar geen grassen zijn. Er zijn tientallen soorten zeggen, ze zijn klein of groot, ze groeien in dikke of dunne pollen, geel, groen of blauw. Blauwe zegge vormt in groten getale de blauwgraslanden waar Nederland ooit groot in was. Veel zeggen houden van vochtige grond met kalrijke kwel, of van kalkhoudende duingrond of van veen. Van klein houden ze niet, het is ze te vruchtbaar.

Omdat zeggen op gras lijken, zijn ze vaak niet zo spectaculair om te zien. Hoewel er gekweekte sierzeggen zijn. Wilde zeggen zijn lastig te determineren. De dwergzegge is één van de minst opvallende. Toch heb ik meegemaakt dat doorgewinterde botanisten zich laaiend enthousiast ter aarde wierpen als ze dwergzegge vonden. Goed bekeken zijn het ook mooie plantjes.

Dwergzegge groeit in kleine polletjes. De driekantige stengeltjes bewijzen dat het echt een zegge is en geen gras. De lange, smalle blaadjes zijn niet driekantig maar plat, met een scherpe nerf. Zeggezaadjes zijn nootjes die achter een schutblaadje schuilgaan. Ze worden urntjes genoemd. De urntjes van de dwergzegge zijn piepklein. Maar ze klonteren samen aan de steel. Eerst zijn ze geelgroen, later kleuren ze goudgeel.

Afgelopen lente struinde ik vaak met natuurkenners door Flevoland. Ook dwergzegge kreeg ik daar te zien, op een kalkrijk strandje aan een randmeer.  Wat de soort ook geliefd maakt bij sommige plantenkenners, is dat dwergzegge vaak in gezelschap van andere bijzondere duinplanten groeit. Van andere soorten zegge bijvoorbeeld. Soms kruisen die onderling. Dat maakt ze nog lastiger te herkennen. Dwergzegge kan kruisen met geelgroene zegge. Ze worden dan ook als ondersoorten van één soort beschouwd.