De herfstzang van de tjiftjaf

Tjiftjaf. Foto Koos Dijksterhuis
Tjiftjaf. Foto Koos Dijksterhuis

In het zonnige nazomerweer hoor ik dagelijks tjiftjaffen roepen en ook zingen. Tjiftjaffen broeden hier en kunnen in de zomer urenlang hun naam zingen. Ze arriveren in maart vanuit hun winterse bestemming rond de Middellandse Zee, zijn hier dan een paar maanden aan het zingen, om er in de loop van de zomer het zwijgen toe te doen. Maar in september beginnen ze ineens weer te zingen: “tjif tjaf, tjif tjaf”.

Of de zangers plaatselijke broedvogels zijn of arrivés op trek uit bijvoorbeeld Zweden? Ik denk beide. Als er noorderlingen bijkomen, wordt er opnieuw om territoria gewedijverd. En hoe kan een tjiftjaf beter om een jachtgebied wedijveren dan luidkeels zijn naam te herhalen? Deze herfstzang van de tjiftjaf duurt tot de meeste tjiftjaffen in oktober vertrokken zijn. Tegenwoordig blijven er altijd wel een paar in Nederland overwinteren. Het risico op strenge vorst, langdurige sneeuw en hongerdood is de laatste jaren klein. En wie hier blijft, heeft in maart de eerste keus in het territoriumaanbod.

Fitissen trekken ook naar het zuiden en zijn, als ze op doorreis in Nederland aan de grond komen, ook territoriaal. In augustus konden de bescheiden riedels van deze vogeltjes nog even gehoord worden. Intussen zijn de meeste al gepasseerd. Ze hebben tot in Lapland gebroed, noodelijker dan tjiftjaffen, en overwinteren voorbij de Sahara, veel zuidelijker dan tjiftjaffen. Ze moeten dus veel verder reizen en vertrekken eerder. In de lente komen ze ook later terug dan tjiftjaffen, daar zit gemiddeld een week of twee tussen. Fitissen zijn tjiftjaf-look-alikes. Ze lijken sprekend op elkaar, terwijl ze juist alleen sprekend uit elkaar gehouden kunnen worden. Hun beider zang is zeer verschillend.

(Natuurdagboek Trouw dinsdag 13 sept. 2016)