De eik, de rups en de dappere koolmees

Koolmees voert jong, © Harvey van Diek

Het dreigde een armetierig broedseizoen te worden voor de mezen, maar dankzij de rupsenpiek komt het toch nog goed. Misschien wel juist door het koele voorjaar. De rupsenpiek vond steeds vroeger in het jaar plaats, omdat de bomen eerder hun blad ontvouwden. Zangvogels moesten hun jongen dus ook vroeger uitbroeden, maar dat lukte niet zo snel. Nu het groen een week later verscheen, konden zangvogels als vanouds de kost winnen.

Mensen vinden het maar een triest gezicht: kaalgevreten en soms ingesponnen bomen. Eiken vaak. Maar die bomen hebben vaker met zo’n ontgroening te maken gehad. De rupsen die niet door vogels worden opgegeten, verpoppen zich en dan vormen de bomen voor de tweede keer blad. Bij een langdurige droogte in de zomer kunnen bomen ook hun blad laten vallen. Ook dat overleven ze wel. Wanneer een boom nu door rupsen ontbladerd wordt en straks door droogte, dan overleeft die boom het nog wel, maar is dat wel een aderlating.

Er is geen eik zonder rupsen. Als ze zich straks ontpoppen als wintervlinder of eikenbladroller, vinden we ze leuk. Maar als rups wantrouwen we ze alsof ze Agent Orange zelve zijn. Terwijl er zonder rupsen geen vlinders zijn. Een rupsenplaag zou ik de rupsenpiek niet noemen. Zeker niet voor de mezen. Ik dronk vanmorgen even koffie in de zon en zag de pas uitgevlogen huismezen voor hun kast in de lijsterbes hippen. Wat een gekwetter om voer, met trillende vleugels. Ik telde vijf jonge koolmezen. Die hebben het toch maar mooi gered ondanks de aanwezigheid van minstens drie buurtkatten per mees. Dappere vogels, die mezen.