De eerste stekelhoren van Nederland

stekelhoren, Foto Lucas Kruse

De eerste op het Nederlandse strand aangespoelde stekelhoren aller tijden is gevonden, en wel door Peter Kruse. Peter (33) struint vanuit zijn woonplaats Heemstede het strand af, hij verzamelt krabben en vissen en andere zeedieren, die hij op sterk water bewaart. Ook schelpen neemt hij mee. ‘Laatst vond ik een heleboel slakkenhuisjes bij IJmuiden’, vertelt hij opgetogen door de telefoon. ‘Trapgeveltjes, obliehorens, allemaal met heremietkreeft. Gisteren lag het strand vol helmkrabben. Ook vond ik een schedel van een Jan van Gent.’

Die moest thuis worden uitgekookt. Bepakt en bezakt met vondsten toog Peter naar zijn kamer in de Hartekamp. ‘Mijn kamer is een klein museum’, vertelt hij. ‘Ik heb zestien grote vitrinekasten. Ze staan vol krabben en andere beesten in potten met sterk water. Zeemuizen en borstelwormen enzo. Ik heb veel gevonden, maar ook veel gekregen van natuurmusea.’

Op 11 december vond Peter een stevig gebouwd slakkenhuis dat hij niet kende. ‘Ik wandelde met mijn vader over het strand’, vertelt hij. ‘We waren ergens tussen Noordwijkerhout en Zandvoort. Ik zag de schelp aan de waterlijn liggen en kende hem niet. We namen hem mee naar het Juttersmuseum in Zandvoort, maar daar wisten ze ook niet welke soort het was.’

Nou gaat Peter twee keer per jaar naar Schiermonnikoog en in de kerstvakantie nam hij zijn vondst mee, om te laten zien aan Thijs de Boer, de man van het schelpenmuseum. Thijs reageert altijd uitgelaten op meegebrachte vondsten, maar bij het zien van Peters slakkenhuis raakte hij pas echt verhit. ‘Dit is heel bijzonder’, vertelde hij Peter. ‘Je bent de allereerste in Nederland die er zoeen vindt.’ Peter draagt Thijs sindsdien op handen. Hij belt hem iedere donderdagavond om te vertellen wat er deze week op het strand lag.

In 2005 werd voor de kust van Scheveningen al wel een keer een stekelhoren opgevist. Klaas Post van het Natuurmuseum Rotterdam vond hem op het dek van een vissersschip. Het was de eerste keer dat deze roofslak (Rapana venosa) in Nederlandse wateren opdook. Dat jaar werd er ook één voor de Vlaamse kust gevangen, bij Oostende. De nieuwe soort had niet eens een Nederlandse naam, maar wordt intussen geaderde stekelhoren genoemd.

Vanuit de Gele Zee heeft deze Aziaat in minder dan een eeuw tijd de hele wereld veroverd. Jaren geleden zag ik ze met bakken tegelijk opgevist worden uit de Zwarte Zee. In de jaren ’70 verscheen de soort in de Middellandse Zee, in de jaren ’90 in de Bretonse wateren. Tegelijkertijd rukten ze op naar de VS. Stekelhorens eten tweekleppige schelpdieren; mossels en oesters bijvoorbeeld, die in Amerika ook door mensen gegeten worden. Er werd vijf dollar uitgeloofd voor ieder stekelhoren-slakkenhuis dat bij de instanties werd ingeleverd. Vijf dollar! Slimme jongens verdienden hun vakantie bijelkaar. Dat ging steeds gemakkelijker, want ondanks de premie nam het aantal stekelhorens niet af. De instanties zagen zich genoodzaakt de premie te verlagen naar twee dollar.

Zeeuwse mosselkwekers zijn niet blij met de geaderde stekelhoren. Maar Peter wel.