De buitenlanders komen

Koolmees. Foto Koos Dijksterhuis
Koolmees. Foto Koos Dijksterhuis

Mijn tuin wordt overspoeld door koolmezen. Zijn het de mezen die afgelopen lente in de nestkast broedden en met hun nageslacht de wijde wereld introkken? Maar ik heb ze maanden niet gezien. En nu, na een week met een straffe noordoostenwind, ineens al die mezen… Ik denk dat ze met de wind in de rug uit Zweden zijn komen vliegen. Er zijn ook twee pimpelmezen bij. En in de bossen en bosjes klinkt overal het zachte ‘wiet’ van tjiftjaffen en ‘oewiet’ van fitissen. Of was het nou andersom? Hun roepjes zijn net als hun groenige verenkleden nauwelijks uit elkaar te houden. Sommige zullen hier gebroed hebben, maar ik denk dat de meeste uit Zweden zijn gekomen. Of uit Noorwegen, Finland, Denemarken, Rusland, Polen.

De vogeltrek is in volle gang. Op warme middagen schuiven hoog tegen de blauwe lucht buizerds en wespendieven voorbij. Aan de kust ploffen vermoeide zangvogels neer in de duindoorns en andere bosjes, die ze na hun vlucht over zee aantreffen. Mezen, fitissen en tjiftjaffen, maar ook roodstaarten, zwartkopjes, vliegenvangers, goudhaantjes, paapjes, vinken, groenlingen; er zit van alles tussen. Als je je koest houdt en de bosjes door een kijker afspeurt, ontdek je steeds meer gescharrel en gefladder.

In moerassen en ondiepe plassen stappen steltlopers rond, van die hoogpotige waadvogels. Zwarte ruiters, groenpootruiters, bosruiters, oeverlopers, kemphanen, watersnippen, bontbekplevieren, kleine strandlopers… vrijwel allemaal buitenlanders die hier op doorreis zijn.

Roodborstjes, merels en de meeste andere lijstersoorten wachten nog even met de grote reis en andere vogels piekeren niet over wegtrekken. Nederlandse Vlaamse gaaien bereiden zich voor op de winter en inspecteren eikenbomen. Ze begraven de eerste eikels. Bijna herfst. Ik presenteer de koolmezen in mijn tuin een voorafje van vogelzaad.

(Natuurdagboek Trouw woensdag 17 sept. 2014)

De buitenlanders komen
DELEN