De blauwborst doet het goed

Blauwborst. Foto Koos Dijksterhuis
Blauwborst. Foto Koos Dijksterhuis

Zelden zag ik zoveel blauwborstjes als deze lente. De blauwborst doet het goed in Nederland. De ooit zeldzame verschijning is in steeds meer terreinen te bewonderen. De als moerasvogel bekendstaande schoonheid weet raad met allerlei halfopen en half-begroeide landschappen. In de duinen, op heiden, in moerasbossen, zelfs in akkers kom ik ze tegen.

Toen ik laatst een uurtje vanuit huis wandelde en drie blauwborstjes zag, zette ik foto’s op Facebook. Daar kwamen behalve oh’s en ah’s verrassend veel verbaasde reacties op van mensen die nog nooit van een blauwborst hadden gehoord. Een enkeling meende zelfs dat het een lollig bedoelde variant op het roodborstje was.

Blauwborstjes zijn ongeveer even groot als roodborstjes, maar hoe goed ze het ook doen in allerlei terreinen, in de tuin zult u ze niet gauw zien. En tijdens tuinwerkzaamheden op het tuinhekje neerstrijken is echt voorbehouden aan roodborstjes.

Voor blauwborstjes moet je eropuit. Ze zitten vaak luid en langdurig te zingen; bijvoorbeeld hoog in een wilgje in een rietveld, lekker in de zon en pal in het zicht. Toch moet je er oog voor hebben – het blijft een kleine vogel. En al zie je zo’n kleinood, dan is het op dertig meter afstand nog niet zo eenvoudig om met het blote oog een blauwborst te onderscheiden van allerlei andere kleine vogels die in een wilg in een rietveld kunnen zitten te zingen. Rietgors, rietzanger, grasmus, kneu… allemaal gemakkelijk te herkennen, maar je hebt er bionische ogen voor nodig. Of een verrekijker, natuurlijk.

Het lied van een vogel is vaak een uitstekend herkenningsteken van de soort. Helaas is het lied van de blauwborst niet zo eenduidig, integendeel, het is een ratjetoe, met imitaties van andere vogels.

Dankzij een groeiend areaal aan moerasbos wisten blauwborstjes zich de afgelopen veertig jaar over ons land te verspreiden. De hele lente lang geven ze kleur aan het landschap.

(Natuurdagboek Trouw woensdag 3 juni ’20)