De bijen zijn gevlogen

Honingbijen in het wild. Foto Jeannet Hazelbag
Honingbijen in het wild. Foto Jeannet Hazelbag

Als een deel van een bijenvolk uitvliegt, zuigen de honingbijen hun maag eerst vol met honing – een voorraad voor drie dagen. Daarna kan zo’n zwerm een tijdje in een boom of heg hangen. In de compact ogende zwerm zit de koningin. Meestal wordt er dan een imker bijgehaald die de zwerm in een net vangt. Als de koningin maar in het net belandt, volgt de rest vanzelf.

Bij mij in de buurt woont imker Gabe Bosma en hij vertelt dat als hij een pas uitgevlogen zwerm heeft gevangen, hij dit nieuwe volk een paar dagen op een koele plek zet, voordat hij ze een kast of korf in laat lopen. Ze kunnen dan even wennen en hun maagvulling verteren Gabe liet

me eens zien hoe de bijen vervolgens een korf of kast binnenlopen. Dat ziet er heel relaxed uit.

 

Maar soms zwermt een volk de natuur in, uit het zicht van imkers of mensen die imkers waarschuwen. In theorie zouden ze zich in het wild kunnen vestigen. Dan zouden ze bijvoorbeeld een holle boom moeten vinden en genoeg nectarplanten voor een wintervoorraad honing.

De honingbijen op de foto van Jeannet Hazelbag hebben geen holle boom gevonden, maar settelden zich in de zomer in de open lucht op een boom. Gabe vertelt dat de bijen er dan meteen verkenners op uit sturen om nectar en stuifmeel te zoeken, waarna de ‘haalbijen’ aan de slag gaan. De ‘bouwbijen’ produceren was, door uit speciale wasklieren was te zweten. Was is het bouwmateriaal voor de raten, die cel voor cel worden gebouwd.

De raten op de foto zijn waarschijnlijk ter plekke gebouwd, en nectar en stuifmeel zijn erin opgeslagen. Of de bijen genoeg voorraad hebben voor de hele winter is zeer de vraag. Maar Gabe vreest dat ze op die onbeschutte plek sowieso dood zullen gaan.

(Natuurdagboek Trouw vrijdag 12 jan. 2018)

De bijen zijn gevlogen
DELEN