De bijen komen uit de kast

Honingbij op krokus Foto Koos Dijksterhuis
Honingbij op krokus Foto Koos Dijksterhuis

Dinsdagmiddag brak de zon door en werd het zelfs in het hoge noorden van Groningen warm. Mijn zoon en ik dronken thee in de namiddagzon in de tuin. Er zongen spreeuwen, er zong een groenling, er zong een merel. Elke lente vind ik het spannend of de spreeuwen weer onder mijn dak komen broeden. Nu is het tevens spannend of de merels van hun virale klap herstellen – een vogelziekte hield huis. Dat er weer een groenling zingt, stemt me hoopvol – groenlingen waren eveneens gedecimeerd door een vogelziekte: het geel.  Ook een zanglijster meldde zich; hopelijk wordt ie niet weer door een kat gepakt zoals vorig jaar.

Zoon en ik trokken onze truien uit en keken naar dansmuggen boven het grasveldje. Die stuiterden door de lucht in de hoop dat ze met hun dansje indruk maakten op soortgenoten. Grasveld is trouwens een overstatement voor mijn bloemrijke mosveldje. Dat bloemrijke beperkt zich vooralsnog tot een enkele vroegeling, sneeuwklokjes en krokussen. Laag tegenlicht over het mos en door die bloemen is zo mooi!

In de krokussen zoemden honingbijen. Ook zag ik een vroege wesp, waarschijnlijk gebrand op het als koningin stichten van een eigen koninkrijkje. En er zoemde een aardhommel rond. De tweede die ik dit jaar zag. De dikke, harige hommel deed krokus na krokus aan en zette met een portie stuifmeel koers naar vermoedelijk haar nieuwe woonplaats. Holletjes genoeg in mijn rommelige tuin. Maak rommel voor de hommel!

Er komt weer nachtvorst aan, maar de lente is begonnen. De padden paren, de eerste vlinders en vleermuizen fladderen, de eerste tjiftjaffen zijn gehoord. En de krokussen sperren zich open naar de zon, met hun gele stuifmeelstempels lonkend naar de honingbijen die weer uit de kast komen. Waarschijnlijk zijn ze afkomstig van de buurtbijenstal, driehonderd meter verderop. Met hun zakken vol knalgeel krokusstuifmeel snorren ze terug naar hun kasten.

(Natuurdagboek Trouw donderdag 15 maart 2018)