Cyclamen

Uit tropische wouden herinner ik me de vele kamerplanten die daar groeiden in een formaat waarvoor je de etagevloeren uit je huis zou moeten slopen.

Cotoneasters en zo, in reuzenvorm. Het is even wennen, huis-tuin-en-keukengroen in het wild tegenkomen. Helemaal onverwacht waren de cyclamen die afgelopen weken op Corsica stonden te bloeien. Ik dacht eerst: zeker door een grapjas geplant of gezaaid, of overgewaaid uit het stadje. Cyclamen horen echt in de kamer, hoewel ik ze niet in mijn kamer hoef, ze zijn me te kamerig. Dus was ik echt verbaasd ze zo veel in de Corsicaanse bergen te zien bloeien.

Op het eiland worden cyclamen varkensbrood genoemd, omdat varkens de knollen opwroeten. De planten hebben lichtgroene vlekken op hun hartvormige bladeren, geen zilveren glans zoals op sommige kweekcyclamen. Maar verder zijn ze precies kamercyclamen. Ze bloeien aan een gebogen stengel, een stengel als een wandelstok. Als er zaad gevormd wordt, krult die stengel zich op als een kurkentrekker. Ik vond ze steeds mooier. Die rozerode bloemen tussen het groen en tussen de rotsen onder de bomen, de zon erdoor: prachtig. Moest die zon wel schijnen, wat ie de eerste helft van mei niet bijster veel deed.

Wel was het op Corsica minder koud dan in Nederland. Dat zal altijd wel zo zijn, want de cyclamen repandum kan een graadje nachtvorst misschien wel aan, maar geen vrieskou. Er groeien meer soorten wilde cyclamen rond de Middellandse Zee, ook met witte bloemen. De meeste bloeien in de zomer en herfst, maar repandum in de lente. Daar boften we dus mee. We wandelden wat af en overal bloeiden de cyclamen.