Buizerds langs alle wegen

Buizerd. Foto Koos Dijksterhuis
Buizerd. Foto Koos Dijksterhuis

In de winter zijn er meer buizerds in Nederland dan in de zomer. Er zijn noorderlingen op bezoek. En de roofvogels zijn zichtbaarder tussen de kale bomen, tegen de blauwe lucht of op paaltjes langs de berm.

Dat zo’n forse, lomp aandoende vogel tussen de bomen in het bos doorvliegt, vind ik altijd wonderbaarlijk. Van havik en sperwer is dat aannemelijker, met hun torpedolijf en hun korte, brede vleugels. Maar die hobbezakken van buizerds met hun trage, grote vleugels?

Schijn bedriegt, buizerds zijn wendbaar, snel en alert. Ze zijn alleen net wat minder gespecialiseerd dan veel andere roofvogels. Ze kunnen snel laveren, maar laten zich ook graag op hun brede vleugels door warme lucht naar grote hoogten dragen, cirkelend als arenden. Dan spreiden ze hun vleugels zo wijd mogelijk, met gevingerde handen.

Op zonnige winterdagen slaan ze al aan het baltsen. Waar hun katachtige ‘wieuw’ klinkt, is de kans groot dat er twee of meer buizerds rondcirkelen (kun je anders cirkelen dan rond?). Soms laten ze hun handjes wapperen, een snel gefladder van de vleugeleinden. Er worden paren gevormd, daar kunnen ze niet vroeg genoeg mee beginnen. Want de ruimte is beperkt, Nederland is vol, er kunnen geen buizerds meer bij. Valt een broedpaar uiteen, dan wordt het nest ingenomen door een vrijgezel die de buurt in de gaten hield.

Maar goed dat die noorderlingen weer opzouten.

Buizerds zijn ook makkelijke eters. Zoals Jelle Reumer zaterdag al opmerkte: ze lusten alles. Het gemakkelijkste fastfood vinden ze langs wegen, waar auto’s een feestmaal aanrichten en de berm vol dode en stervende maaltijden ligt. Tot aangereden soortgenoten aan toe. Daarom zitten er langs alle wegen buizerds op paaltjes.

(Natuurdagboek Trouw woensdag 25 feb. 2015)

Buizerds langs alle wegen
DELEN