Bruinrood, steenrood, bloedrood

Steenrode heidelibellen, parend. Foto Jeanette Essink
Steenrode heidelibellen, parend. Foto Jeanette Essink

Als de nazomerzon op zand of steen schijnt, kan het daar heet worden. Er zijn libellen die daar graag opwarmen. De steenrode heidelibel is zo’n zonaanbidder. De bruinrode heidelibel doet qua zonaanbidding niet voor de steenrode onder. Beide heidelibellen zijn algemeen en zou u op de buitenmuur van uw huis kunnen aantreffen, zeker als er een vijver in de buurt is. Heide hoeft niet in de buurt te zijn, heidelibellen zijn overal. Beide soorten vliegen nu massaal rond. Ze lijken sprekend op elkaar. De mannen zijn rood, de vrouwen zijn geel, de jongen zijn bruin – denk niet dat rode heidelibellen altijd rood zijn. De verschillende soorten gedragen zich hetzelfde. Maar de steenrode heeft wat meer zwart op zijn snuit, zwart dat op een hangsnor lijkt. Er is ook nog een bloedrode heidelibel, maar die heeft geheel zwarte pootjes, terwijl die andere twee zwart-met-gele pootjes hebben.

Rode heidelibellen zonnebaden misschien graag, ze jagen ook fanatiek. Dan vliegen ze zwenkend tussen planten en struiken door. Daar grijpen ze kleinere insecten. Geslachtsrijpe mannetjes hebben nog iets anders aan hun hoofd. Ze zitten op uitkijkposten aan het water, vallen passerende rivalen aan en proberen vrouwtjes tot paren te verleiden. Als dat is gelukt, waarbij ze zich zoals alle libellen in een soort achtje in elkaar verstrengelen, zet het vrouwtje haar eitjes af in het water. Dat doet ze vliegend, in gezelschap van het mannetje. Man vliegt voorop, zich met zijn achterste vastklemmend aan vrouw. Je zou het liefde kunnen noemen, maar biologen zien er vooral een strategie van het mannetje in, om de door hem bevruchte eitjes af te laten zetten zonder tussenkomst van andere mannetjes.

(Natuurdagboek Trouw maandag 26 augustus 2013)