Broeikasgassen in Nederland, mag het wat minder?

Schoorstenen in Londen uit het tijdperk van de kolenkachel, © Koos Dijksterhuis

In Nederland is de uitstoot van broeikasgassen ruim een half miljoen ton CO2 per dag. Soms hoor ik op de radio een opgeruimde persoon zeggen dat ondergrondse opslag van CO2 de beste oplossing is. Onder de grond zijn we ervan af. Dan kunnen we onbekommerd doorstoken en –rijden, in afwachting van een alomvattende technologische oplossing. Lastig is wel dat Nederlanders niet boven ondergrondse opslagruimte vol CO2 willen wonen, maar met wat voorlichting zijn ze er wellicht van te overtuigen dat puur kooldioxidegas, als het een gaatje vindt, helemaal geen kwaad kan. Maar dan nog.

Ruim een half miljoen ton. Bij een temperatuur van 20 graden weegt CO2 1,84 kg per kuub. Maar laten we optimistisch zijn en ook voor het rekengemak zeggen dat er 2 kilo CO2 in een kubieke meter past. Voor een half miljoen ton is dan 250.000.000 kuub nodig. Dat is een kwart kubieke kilometer. Stel dat we de gaskamers onder Oost-Groningen daarmee vullen, scheelt het meteen in bodemdaling en aardbevingen. Het Groninger gasveld is een enorme potentiële opslagplaats. Er zou voor zeker twintig jaar aan CO2-uitstoot in passen. Daarna zien we wel verder. Maar het CO2 moet eerst vanuit de industriegebieden naar Slochteren gebracht worden, op treinen en vrachtwagens. Dat transport geschiedt in tanks en oliedrums. Zo’n olievat heeft een omvang van ongeveer een meter bij een halve meter, daar gaat tweehonderd liter in, een vijfde deel van een kubieke meter. Voor een half miljoen ton zijn dus 1.250.000.000 oliedrums nodig, één-en-een-kwart-miljard. Als je ze tien hoog opstapelt, zo hoog als een fiks woonhuis, heb je een terrein nodig van 31 en een kwart vierkante kilometer: 5 bij 6,25 kilometer.

En dat iedere dag.

Dit soort berekeningen lees ik in De Weermakers, een boek over klimaatverandering, door de Australiër Tim Flannery. Het is een toegankelijk boek, maar wel een beetje ontmoedigend. Nu ben ik iemand die het slechte nieuws liever hoort dan niet hoort. Je kunt je oren wel dicht stoppen, maar dat lost het probleem niet op. Ik ben geen klimaatexpert, maar Flannery’s boek komt zeer gedegen over, al is het niet zo up-to-date meer. Het is een alarmerend boek, ik begin erdoor te twijfelen of de klimaatverandering nog af te remmen is, of dat we het point of no return niet al voorbij zijn. En vrees de hel die ons dan te wachten staat: orkanen, overstromingen, droogte, volksverhuizingen, oorlogen, uitstervende diersoorten.

Flannery noemt trouwens een mogelijkheid om CO2 in de grond te krijgen: via biologische landbouw. Hij gaat daar niet op in, maar het zou meteen een ander groot probleem aanpakken: de uitmergeling van landbouwgrond. We proberen zoveel mogelijk oogst van de akkers te halen, en de hoeveelheid humus in de bodem is in een halve eeuw in Nederland enorm geslonken. We compenseren dat met kunstmest: vooral nitraten en fosfaten. Dankzij humus nemen gewassen ook die voedingsstoffen uit kunstmest geleidelijker en vollediger op. Humus is een bodemverbeteraar van jewelste. De humuslaag is te herstellen door geen mest maar compost te verspreiden. De landbouwgrond wordt gezonder en met de humus wordt een heleboel koolstof vastgelegd, de basis van CO2.

Of denkt u nog steeds dat er geen verband is tussen de klimaatverandering en CO2-uitstoot? Dat mag, maar vindt u daarom dat we voor de zekerheid maar onbekommerd door moeten blijven stoken en vervuilen? Of zou het wat minder mogen zijn dan 1.250.000.000 vaten CO2 in Nederland? Per dag.