Brand!

Struikhei, © Koos dijksterhuis

In onze ijver brandjes te blussen, richten we soms meer schade aan dan de brand zelf. In april werd brand gesticht in de duinen bij Bergen. De brandweer rukte uit. ‘Overal waren brandweerlieden bezig met slangen, scheppen en motorzagen’, schrijft mierenonderzoeker Peter Boer in het laatste nummer van KNNV-blad Natura. ‘Tractors met loodzware giertanks en brandweervoertuigen crossten door het gebied, brede sporen achterlatend. Om nog maar te zwijgen van de chaos die de graafmachines teweeg brachten.’ Boer onderzocht de effecten op de heidevegetatie en op het geleedpotige leven, in het bijzonder van mieren en hun nesten. In de ondergrond en in de zompige moslaag overleven veel planten brand wel, ze groeien weer uit. Maar waar geblust was, was de bodem samengeperst, het mos vernield en waren ook de wortels verbrand. Ook mierennesten overleefden de brand vaak voor hun ondergrondse deel, zolang ze niet waren platgewalst door blusvoertuigen. Zonder blussen was de brand na hooguit een paar dagen vanzelf uitgewoed, aldus Boer, met minder schade en lagere kosten.

In Groot-Brittannië is brand één van de methoden waarmee hei wordt beheerd en de Britse heiden mogen er wezen. Van brand krijg je grazige plekken; voor heideplantjes zelf werkt afbranden averechts. Dat schrijft ook Eric van der Bilt, directeur van Het Drentse Landschap, in het gelijknamige tijdschrift. Drenthe is ’s lands heideprovincie bij uitstek en het Drentse Landschap heeft door schade en schande geleerd hoe het moet maaien, plaggen en begrazen. Afbranden werkt bemestend, terwijl heide juist gedijt onder uitgemergelde omstandigheden. Ook Boer merkt op dat pionierplanten als pijpestrootje zich na brand veel snelller herstellen dan heideplantjes. Maar brandjes blussen pakt nog averechtser uit.