Brakwaterkevers

Brakwaterkever Agabus conspersus. Foto Roy van Hezel
Brakwaterkever Agabus conspersus. Foto Roy van Hezel

Als kind waadde ik clandestien met een garnalennet door de Kooiplas op Schiermonnikoog. Daar leefden geen garnalen, maar waterkevers. Ik haalde er ook een vijf centimeter lange griezel uit, die meeging in een emmer. Hij hing met hol-gespannen rug in het water en greep als een bliksemschicht de voorbij snellende waterkevers. Ik ving zoveel waterkevers, dat er waarschijnlijk wel brakwaterkevers tussen zaten. Eén voor één gingen de waterkevers eraan. Uiteindelijk hing alleen het monster er nog, met wat watervlooien. Op de bodem lagen losse keverschildjes. Bij de biologen van de VU, die op het eiland bivakkeerden, liet ik het beest determineren. Garnaal, zei de eerste bioloog, zodat ik wist dat ik een ander moest hebben. Die ander wist: larve van een geelgerande waterkever.

Drie jaar geleden zijn in Noord-Groningen de sloten van de boeren van natuurvereniging Wierde & Dijk geïnventariseerd op waterbeestjes. De boeren laten al jaren riet staan in hun sloten, wat geen nadelen oplevert maar wel veel voordelen. De aan de sloot grenzende akkers hebben vaak een voor veldmuizen en zangvogels ingezaaide rand. Rietkraag en natuurrand zorgen samen voor een agrarische ecologische hoofdstructuur met veel vogels, zoals recordaantallen blauwborstjes en bruine kiekendieven. Maar ook onder water leeft het. Op vier plekken zijn brakwaterkevers gevangen. Brakwaterkevers (Agabus conspersus) leven op de Waddeneilanden en in Zeeland en bij IJmuiden in duinplassen die niet helemaal zoet zijn. In de Kooiplas op Schiermonnikoog bijvoorbeeld.

Een jaar of vijftien geleden is een binnendijks natuurgebiedje in Noord-Groningen aangelegd, ter compensatie van een verhoogde aanvoer van zoet water, om de laatste spoortjes zeewater uit het platteland te stuwen. De brakwaterkevers bewijzen dat het ontzilten nog niet helemaal gelukt is.

(Natuurdagboek Trouw 6 dec. 2013)