Bot op het strand

dode Bot, © Koos Dijksterhuis

Toen ik klein was, kon je op Schiermonnikoog massa’s bot vangen. Twee jaar geleden vond ik een dode bot op Vlieland. Afgelopen zomer een dode halfwasbot op Schiermonnikoog. Met zijn zoenlippen en bolle ogen lag de platvis tussen gruis en wier in de vloedlijn. Bot is een platvis van de grens tussen riviermonding en zeebaai. De Lauwerszee, de Zuiderzee; het leefde er van de bot. Ook vissers leefden er van de bot.

Bot kan tegen zout en tegen zoet water. Botten zwemmen rivieren op en toen er nog niet zoveel sluizen in de Rijn stonden, werden ze tot in Zwitserland gevangen. Zoetwaterbot wordt niet zo groot als zoutwaterbot kan worden. Er zijn botten gevangen van 45 centimeter en bijna drie kilo. Dat is zeldzaam, ik denk niet dat het veel botten lukt lang genoeg de visnetten te omzeilen om zo groot te worden. Bij de visboer wegen de meeste nog geen pond.

Bot paait in zout water, liefst ondiep. Zoetwaterbot trekt ervoor naar zee. Zeegrasvelden en mosselbanken waren paaiplaatsen. Maar die zijn verdwenen. Nu schelpdieren niet meer met varende fabrieken opgeslurpt mogen worden, verschijnen hier en daar weer mosselbankjes.

Toen er in de Eems een mosselbank ontstond, met zeegras zelfs, krioelde het daar van de jonge bot. Helaas werd de hele bank in twee dagen tijd weggevist. Dat mocht niet, maar Greenpeace dropte toen nog geen stenen als verdediging tegen visnetten.

Toch was dat het bewijs dat het nog niet te laat is voor herstel van het waddenleven. Inclusief bot – bot kan zich snel uitbreiden. Bij Schiermonnikoog is onlangs zeegras gezaaid. Misschien kun je daar over een paar jaar weer massa’s bot vangen.