Boswandeling in Zuidoost-Noord-Brabant

Bosrand. Foto Koos Dijksterhuis
Bosrand. Foto Koos Dijksterhuis

In het dorp hupt een eekhoorn de straat over. Echt een ouderwetse, roodbruine eekhoorn met een enorme staart. Eekhoorns doen het beter in dorpen, groene woonwijken en vakantieparken dan in de bossen waar ze vroeger woonden.

We zijn in Budel, met de zinkfabriek Budelco, één van de eerste alarmverhalen over de natuur die ik me herinner. Lekkende afvalmeren met zware metalen, intussen waterdicht verpakt. De zinkfabriek is destijds vast niet toevallig aan de grens gebouwd. Gevaarlijke fabrieken staan vaak aan de grens. Deze staat aan de grens met Limburg en Vlaanderen. Een enkeltje daarheen is vanuit Groningen nog een hele reis.

Maar eenmaal te Budel, kun je iedere dag een ander bos, een volgende hei verkennen. Die bossen en heiden zijn gespaard gebleven tussen de golfplaten loodsen en van drijfmest doordrenkte maïsvelden. Drijfmest is een lollig woord voor diarree van obees vee. Zuidoost-Noord-Brabant is een varkensindustriegebied. In die loodsen moeten honderdduizenden varkens zijn gestopt. Verkens heten ze hier. Er laat zich niet één verken zien. Wel laat een konijn zich zien, een ree en die eekhoorn.

Op loopafstand van het dorp ligt (staat) het Cranendonckse bos. Metgezel en ik zigzaggen erdoorheen. Loofbos, naaldbos, een open plek met venig water, bosranden. Langs die bosranden groeien bramen en daarin glippen winterkoninkjes, nadat ze eerst luidkeels hebben afgerateld dat dit hun en alleen hun braamstruik is. Vanuit de kruinen neurieën roodborstjes hun omfloerste liedjes.

In het naaldbos zingen glanskoppen; bruine mezen met een zwarte kruin en kin. In het loofbos kwetteren en zingen vinken. Groepen staartmezen schuimen beide bostypen af en grote bonte spechten roffelen op naald zowel als loof. Wat een prachtig, mysterieus geluid is dat spechtgeroffel toch: ‘krrrrr’.

(Natuurdagboek Trouw dinsdag 17 maart 2015)

2 gedachten aan “Boswandeling in Zuidoost-Noord-Brabant”

  1. Bedankt Jan, dan denk ik ook dat het matkoppen waren. Want niet ver daarvandaan zagen en hoorden we die ook.

  2. het zullen toch matkoppen geweest zijn, met Veluwe als referentie noteerde ik in 1976 in West Brabant zelfs glanskoppen, Halsteren, Woensdrecht, erg weinig waren het er, en alleen hoorbaar, nooit zichtbaar, dat waren koolmezen,. staat dus glanskop onterecht in de eerste broedvogelatlas, want aan mij werd niet getwijfeld want expert vanwege mijn Veluwe-herkomst. Ik heb ze allemaal herroepen, is wat over geschreven door Hidde Bult en Kees Mosterd geloof ik. Voor Oost en Midden Brabant geldt hetzelfde, geschikt habitat zat, maar geen glanskoppen, in de Achterhoek zitten ze overal, habitat ? nooit van gehoord. En dat in 1 klein landje, merkwaardig beest. Er staan wel als resultaat van lopende atlasproject enkele stippen in dat hoekje Brabant, dus wie weet, heb je het begin van iets meegemaakt

Reacties zijn gesloten.