Bosuil, oehoe, takkeling

Bosuil juv. Foto Koos Dijksterhuis
Bosuil juv. Foto Koos Dijksterhuis

Sommige jonge roofvogels en uilen, die hun nest verlaten, blijven nog even rondhangen op naburige takken. Takkelingen worden ze daarom genoemd. Boomvalken en wespendieven zijn onderweg uit Afrika. Eerst moeten ze naar Nederland vliegen en dan nog een partner versieren, een nest bouwen en eieren uitbroeden. Dat duurt nog even. Voor hen heeft het weinig zin om eerder te komen, deze vogels jagen graag op libellen respectievelijk wespen en die zijn er nog niet.

Hier overwinterende muizenjagers kunnen veel eerder aan de bak. Ik weet een nestkast te hangen, die ieder jaar bewoond wordt door bosuilen. Daar ga ik even kijken en waarachtig, er zit een takkeling. Een al grote jonge bosuil, een paar meter van huis gefladderd. Hij zit in de volle zon en het volle zicht bovenin een nog kale berk.

Zo’n jonge uil maalt niet om dekking. Levensgevaarlijk is dat. Er hoeft maar een havik te komen, of het is gedaan met de takkeling. Of een oehoe. Wilde oehoes zijn vanuit Duitsland onze kant opgekomen. Maar oehoes zijn vooral present omdat ze ontsnappen. Sinds Harry Potter zijn uilen populaire huisdieren en in roofvogelshows ontbreken oehoes zelden. Roofvogelshows zijn er meer dan vroeger, want de moderne mens heeft een onlesbare dorst naar attracties. Er hangen altijd wel ergens ontsnapte oehoes rond, die agressief of juist aanhankelijk zijn. Hoeveel oehoes er in gevangenschap leven, is niet bekend. Alles wordt in Nederland geregisteerd, behalve oehoes.

Vooralsnog is de jonge bosuil zich van geen gevaar bewust. Hij zit daar lekker in de zon en loert af en toe naar beneden. Niets ontgaat hem. Als ik de camera op hem richt, tuurt hij reikhalzend terug naar die zonderling.

(Natuurdagboek Trouw maandag 20 april 2015)

Bosuil, oehoe, takkeling
DELEN