Boompieper op schoolreisje

© Jeanette Essink, Boompieper

Het is schoolreistijd. Als er weer eens een intekenlijst op de klasdeur van onze zoon of dochter hangt, waarop een beroep wordt gedaan op ouders, schakelt mijn excuusmachine direct aan. Alsof de margedagen, ouderavonden, weekopeningen en -sluitingen niet al genoeg tijd kosten. Maar iemand moet het doen en je wilt je kind niet teleurstellen en de juf te vriendin houden. Ik maakte dus tijd toen juf me vroeg voor het schoolreisje. Andere ouders bleken jaloers! ‘Hoe kreeg je het voor elkaar dat je mee mocht?’ vroegen ze. We gingen naar het (openlucht) Veenmuseum bij Roswinkel. De kinderen mopperden dat het saai zou zijn: geen achtbaan of ander engs. Maar mijn groepje van een stuk of tien kinderen genoot zichtbaar. Ik ook. Ik hoorde de hele dag geelgorzen en boompiepers. Geelgorzen zingen een eigenzinnige variant op de Vijfde van Beethoven. Boompiepers zijn onopvallende vogels, maar in de lente zingen ze uitbundig. Dan beginnen ze in een boomtop met een vinkachtige triller. Onderwijl maken ze een sprongetje en fladderen ze omhoog, om vervolgens met stijve vleugels als een parachuutje naar beneden te zeilen. Tijdens dat parachuteren roepen ze een vrij melodieus ‘dzie dzie dzie’, al hoort u er vast iets anders in; vogelzang is nauwelijks op te schrijven. Die boompiepers en geelgorzen zingen in juni nog, midden op de dag. Het zijn vogels van bosranden aan heide en ander cultuurland. Die zijn er in het Veenmuseum wel. beide vogels zijn er talrijk. Mijn groepje kinderen verraste een boompieper vlak na zijn zeilvlucht. De vogel sloop weg over de grond, met zijn staart wippend. De kinderen zagen hem niet. Ze renden naar oude ploegscharen en eggen waarmee ze mochten spelen.