Bontjes

Bonte strandloper met restjes zwart op zijn herfstbuik. Foto Koos Dijksterhuis
Bonte strandloper met restjes zwart op zijn herfstbuik. Foto Koos Dijksterhuis

Strandlopers lopen in de modder, door ondiep water, op oevers, slikken, gorzen, kwelders en wadplaten. De meeste soorten lopen niet op het strand. Drieteenstrandlopers zijn een uitzondering. Kanoeten en bonte strandlopers lopen soms op het strand. Bonte strandlopers zijn er zo veel, die kun je bij alle wateren aantreffen, zeker in de herfst, als de horden uit het hoge noorden komen, met de nieuwe generatie erbij. Vele trekken verder, nog meer overwinteren in Nederland, naar schatting wel zo’n vierhonderdduizend vogels. De meeste verblijven in de Waddenzee.

Bonte strandlopers nemen licht in aantal toe, maar staan niettemin op de rode lijst. Vogels die op de Arctische toendra broeden en in de Waddenzee en zuidelijker tot in West-Afrika overwinteren, leggen twee keer per jaar een enorme afstand af. En tijdens die vliegreis zijn ze extra kwetsbaar. Tegenwind, jacht en vooral het verdwijnen van pleisterplaatsen kunnen zomaar een ramp inluiden.

Bonte strandlopers zijn grijsbruin met wit. In de paar- en broedtijd krijgen ze een gitzwarte buik. Aan dat zwart-met-witte kleed danken ze hun naam. Bont betekent zwart-wit. Vogelaars noemen bonte strandlopers bontjes.

Bontjes scharrelen rond en pikken voortdurend met hun voor een strandloper vrij lange snavel in de modder of tussen planten, schelpen en stenen. Ze eten kleine beestjes. Dat doen ze dag en nacht, ze hebben geen tijd voor een uitgebreide nachtrust, zeker niet in de winter als de dagen kort zijn. Ze rusten wel, maar doen dat bij vloed, als de voedselgronden onder water staan. Dan kun je ze in grote grijs-witte groepen zien staan op zandbanken, dijken en oevers. De koppen in de veren, de poten voor de helft opgetrokken tussen de buikveren.

(Natuurdagboek Trouw, maandag 3 okt. 2016)