Bontgekleurd is zwart-wit

Ekster. Foto Koos Dijksterhuis
Ekster. Foto Koos Dijksterhuis

In deze rubriek deelde Flip van Doorn zaterdag 24 september zijn nutteloze kennis over het Vlaamse gehalte van de Vlaamse gaai. Dat Vlaamse is te danken aan de kleurrijke Vlamingen. En omdat de gaai volgens Van Doorn “één van de meest bontgekleurde vogels” is, werd ie Vlaams gemoemd. Van Doorn maakt hier een wijdverbreide en ingeburgerde vergissing. De gaai is kleurrijk en daarom juist niet bont.

Bont betekent zwart-wit.

Nog kleurrijker dan de gaai is de ijsvogel. De ijsvogel is hemelsblauw met vuurrood en dus niet bont, maar kleurig. Bonte ijsvogels bestaan ook, die horen tot een andere soort en zijn zwart met wit. Bonte spechten, bonte vliegenvangers, bonte kraaien,  bonte tapuiten, bonte sterns, bonte pieten en bonte zangers… Alle “bonte” vogels zijn zwart-wit of zwart met grijs. De bontste vogel heet trouwens gewoon ekster. In Spanje komen blauwe eksters voor. Bont en blauw. Bonte strandlopers zijn grijsbruin met wit. ’s Zomers krijgen ze een zwarte buik. Aan hun grijs-met-witte winterkleed en zwart-met-witte zomerbuik danken ze hun naam.

Niet alleen zwart-witte vogels, ook zwart-witte zoogdieren worden soms bont genoemd. De bonte koe is wel de bekendste, gevolgd door de bonte hond. Roodbont betekent rood met wit. Bont zelf is dus kleurloos. De bonte was bont berust op dezelfde vergissing als Van Doorns bonte gaai. De vergissing is zo ingeburgerd, dat zelfs gerenommeerde woordenboeken hem maken.

Het etymologisch woordenboek weet het wél. ‘Bont’ stamt van het Latijnse ‘punctus’, wat “gestippeld” betekende. Bont betekende “zwart en wit gespikkeld, gevlekt of gestreept”. Die zwart-witte betekenis dankt ‘bont’ aan de zwarte stiksels op witte kerkelijke gewaden. Of ‘bont’ ook verwijst naar de koninklijke bontkraag van witte hermelijnenvelletjes met zwarte staartpunten, meldt het woordenboek niet.

Koos Dijksterhuis

(Trouw, rubriek Nutteloze kennis, zaterdag 1 okt. 2016)