Bonte piet

Scholekster.  Foto Jeanette Essink
Scholekster. Foto Jeanette Essink

Begin september lagen er al chocoladeletters in een bekend warenhuis, ze waren zelfs afgeprijsd. Pepernoten waren er al in augustus. Mij best, als we het gebakkelei over Zwarte Piet voortaan uitstellen tot minimaal 11 november. Sint Maarten komt nauwelijks meer aan bod. Terwijl we Zwarte Piet demoniseren, zetten we onbekommerd asielzoekers het land uit. Van mij mag Zwarte Piet blijven, maar dan wel met roe, zak en ‘mee naar Spanje!’

Zwarte zaterdag, witte donderdag, zwarte kunst, witte reus, zwarte schaap, witte raaf, zwarte koffie, witte wijn, zwarte bladzijde, witte motor, zwart rijden, wit wassen, zwart geld, wit brood, zwarte kousen, witte voetjes; allemaal woorden die nodig de zwarte piet toegespeeld moeten krijgen. Enfin, qua Piet stel ik een compromis voor: een hybride piet, een kruising tussen een witte en een zwarte piet. Liefhebbers van raszuiverheid zullen ervan gruwen. Hoe zou zo’n kruising tussen zwart en wit eruitzien? Een grijze piet? Nee, het blijkt een bonte piet te zijn! Met een snavel als een feestmuts.

‘Tepiet tepiet!’ Bonte pieten roepen een deel van hun naam als ze ruzie maken of vrede sluiten. Dat kunnen ze overdag doen en ’s nachts, aan zee of in het binnenland. Aan zee leven bonte pieten meer volgens een eb en vloed-ritme dan een dag en nacht-ritme. De bonte piet heeft het tij trouwens tegen. De Waddenzee bevat minder hapklare schelpbrokken dan voorheen. Bonte pieten zoeken hun heil op het platteland. Als je je heil zoekt op het Nederlandse platteland, ben je er wel heel erg aan toe! Het aantal bonte pieten daalt dan ook gestaag. Misschien dat de goedheiligman iets voor ze kan doen.

Op naar een witte kerst voor de bonte piet!

(Natuurdagboek Trouw 23 okt. 2013)