Bonte piet

Scholekster. Foto Koos Dijksterhuis
Scholekster. Foto Koos Dijksterhuis

Sinds 2007 pleit ik voor bonte in plaats van zwarte pieten. Een bonte piet is een scholekster. Scholeksters zijn zwart-wit, en bont betekende van oorsprong ook zwart-wit (bonte koe), maar tegenwoordig betekent het kleurrijk. Blauwe, rode, groene pieten hadden Piet kunnen redden. Nu niet meer. Nu hebben extreemrechtse schreeuwerds zich opgeworpen als handhavers van de karikatuur van een domme, ondeugende paljas met donkere huid en rode lippen. En daarmee luiden zij het einde in van Piet, want wie wil zich nou vereenzelvigen met extreemrechtse schreeuwerds?

Nog even en er hangt zo’n snertsfeer om het heerlijke avondje, dat we het niet meer willen. Dan rest ons de kerstman, die commerciële versie van de goedheiligman, zonder surprises en gedichten waarin we elkaar plagen. Nou, laat dan maar helemaal zitten.

Bonte pieten zijn steltlopers. Ze hebben vrij hoge poten met lange tenen waarmee ze goed op het wad kunnen lopen. Ook op modderige oevers, op de zompige klei van akkers en op vochtige, zachte grasmatten kunnen ze goed uit de voeten. Met hun lange, knaloranje snavels prikken ze in het slijk, de modder of het gras om wadpieren, wormen en emelten, de larven van langpootmuggen, op te duikelen. Ook is die snavel geschikt voor het open beitelen van kokkels en zelfs het open wrikken van oesters. Scholeksters broeden in een kuiltje in het gras, op akkergrond, op het strand.

Hoe gemakkelijk en veelzijdig ook, hun kansen slinken. Sinds wij mensen de schelpen uit de wadden hebben gehaald, en de wormen en emelten met de mestinjector hebben doorkliefd, zoeken ze hun heil op wegbermen. Broeden doen ze op platte daken, waar geen landbouwmachines, mensen met honden en loslopende katten komen. Sommige kuikens overleven de sprong naar beneden. Niet genoeg – in dertig jaar tijd is twee derde van de scholeksters verdwenen.

Zwarte Piet mag verdwijnen, maar laten we de bonte houden.

(Natuurdagboek Trouw donderdag 5 dec. 19)

Eén gedachte over “Bonte piet”

  1. Beste heer Dijksterhuis,

    U ervoer het dicht bij elkaar leven van de steenuil en de kerkuil als verrassend. Ondergetekende maakt sinds enkele jaren deel uit van een steenuilenwerkgroep en wij hebben de ervaring dat steenuilen en kerkuilen op hetzelfde of bijna hetzelfde erf over het algemeen aardig samengaan (al zullen kerkuilen ongetwijfeld wel eens een steenuil pakken, maar kennelijk niet dikwijls). Heel anders is dat met de bosuil. Waar bosuilen zijn hoef je niet te rekenen op (langdurige) aanwezigheid van een steenuil. Nestkasten van steenuilen dicht bij een bos of zelfs maar een bosje zijn vaak niet aantrekkelijk voor steenuilen en wij adviseren dan ook daar geen nestkast voor de steenuil te plaatsen.

    Vriendelijke groet,

    Jan Coenraadts
    De Steenuil Brummen

Reacties zijn gesloten.