Bloeiend het jaar uit en in!

Dagkoekoeksbloem. Foto Koos Dijksterhuis
Dagkoekoeksbloem. Foto Koos Dijksterhuis

Op een nieuwjaarswandeling zie ik paardebloemen, leewentanden, witte dovenetels, dagkoekoeksbloemen, bramen, madeliefjes en kleine kruiskruiden bloeien. In de buitenwijk waar de wandeling begint staan Spaanse margrieten en rozen te bloeien.

Van lezers krijg ik foto’s en berichten over speenkruid, veel speenkruid, over dotterbloemen, slaapmutsjes en narcissen.

Tussen het gras fladderen mugjes, boven het pad dansen muggen, er zoemt warempel zelfs een honingbij langs. De tortels koeren urenlang uit volle borst. Meerkoeten baltsen, woerden maken eenden het hof, merels en koolmezen zingen. Als ze geluk hebben, vinden die mezen een rups. Huismoederrupsen komen bij hoge wintertemperaturen boven de grond waaronder ze overwinteren. Maar dat doen ze ’s nachts, dus een mees moet al buiten kantooruren aan het werk zijn, om er zoeen te vinden. Huismoeders zijn vrij forse nachtvlinders met oranjegele, zwartgezoomde achtervleugels. De rupsen zijn grijsbruin, met zwartwitte streepjes. De vlinders zijn er nu niet, alle winterwarnte ten spijt. Atalanta’s, citroenvlinders, dagpauwogen en koolwitjes kunnen op zonnige dagen gezien worden, al zijn het er weinig. Op tweede kerstdag organiseerde de Vlinderstichting een telling en werden tientallen van die dagvlinders gezien. Zelf was ik die dag ook op pad, maar vlinders zag ik niet. Wel strontvliegen en die honingbij van hierboven.

Hier en daar springen kikkers en sjouwen padden rond. Zelf vond ik op een trottoir een kleine watersalamander die wel erg vroeg aan z’n nieuwe jaar begon. Helaas was het diertje doodgetrapt.

De nazomer zomerde maar door, de lente leek al te beginnen. Maar intussen is het kwik dan toch gedaald. Ondanks de bijna jaarlijks verbroken warmterecords kan het nog steeds zo koud worden, dat het water hard genoeg wordt om erop te schaatsen.

(Natuurdagboek Trouw maandag 4 jan. 2016)