Blij met dode vogels

© foto Harvey van Diek, Beflijster

Voor de vakantie schreef ik dat ik twee keer per week in ons roetsige busje naar Flevoland op en neer rammelde. Dat ik de weg droomde en er desondanks vanaf raakte door een zeearend. Dat ik overal doodgereden dieren zag liggen. Dat die er een week later nog net zo bijlagen. Het was toen nog koud – de warmte had vast korte metten gemaakt met die krengen. Maar iets anders maakte de metten kort. Na dat natuurdagboek kreeg een ornithologisch aangelegde Trouw-redacteur een e-mail van een preparateur die (wan)hoopte dat ik toch wel het benul had een dode blauwe kiekendiefman mee te nemen en in te vriezen?

Dat had ik niet. Dat wil zeggen: natuurlijk dacht ik er aan. Toen ik 15, 16 was,sleepte ik dode dieren mee naar huis. Routinewerk. Een keer was ik blij met een dode huismus. Die wilde ik insopuiten met formaline. Dat kocht ik per liter bij de drogist. Nu zou je door de geheime dienst ondervraagd worden, toen kon dat. Maar het was al laat, een zoele zomeravond, en dat inspuiten deed ik morgen wel. Ik legde de mus op het terras achter het huis. Toen ik de volgende morgen beneden kwam, zat mijn moeder al buiten koffie te drinken met een vriendin. Naast hen rolde tot hun afgrijzen de mus heen en weer. Ze durfden hem niet aan te raken. Onder mus krioelde een tapijtje van dikke, wit-met-paarse bromvliegmaden.

Toen ik de kiekendief zag liggen, dacht ik meteen aan stoppen en kijken. Niet om hem op te zetten, daarvoor leek hij me bovendien te ver heen, maar vooral om te checken of hij geringd was. Maar hij lag op de middenberm, het was druk, ik was aan het inhalen, er zijn er die nog langzamer rijden.

Na ’s preparateurs bericht kachelde ik andermaal die snelweg af. Ik zou toch eens proberen in de vluchtstrrook te stoppen. Met knipperlichten en gevarendriehoek moest dat uitvoerbaar zijn. Maar de bermen bleken gemaaid, alle bermen! Kennelijk bestaat er een maaibeheersplan voor bermen van rijkswegen. De blauwe kiekendief, de bunzing – ze waren weg. Zouden ze aan flarden zijn gemaaid? Hier en daar stond nog een bos narcissen onbekommerd te bloeien. Zij wel.

Geen blauwe kiek meer. Wel veel woerden, op de rand van het asfalt. Woerden jagen achter eenden aan. Daarbij vliegen ze laag en letten ze niet op. Ja, ze letten wel, maar alleen op die eend. Daarbij maken ze brokken. Per eend zetten gemiddeld ik schat drie woerden de achtervolging in, zodat er veel woerden op de weg liggen. Daarmee zou ik de preparateur niet blij maken.

Thuis zei Inge dat een collega haar had gemaild dat een andere collega een bons tegen zijn raam hoorde. Er was een merel tegenaan gevlogen. Dood. De collega van de collega wilde de merel opruimen en zag dat de dode merel een brede streep dwars over zijn borst had. Een beflijster! Die broedvogel van noordelijk en hooggelegen grasland trekt hier mondjesmaat eind april en begin mei door. De vogel ligt in de vriezer.