Blazende uilskuikens

Kerkuil, © Ria Vet

Blazen dat ze doen! Zijn ze bang? Aan beide kanten van de nok van de 125 jaar oude boerenschuur op het erf van Eke Dallinga klinkt geblaas. Eke mailde dat ze een nest kerkuilen had. Als ik wilde kijken, kon dat. Ik wilde kijken en kijk. In de bundel van Ekes zaklantaarn beweegt wat. Het hipt weg achter een balk. Zo’n schuur bevat tientallen balken om achter of op te zitten. De uilen hebben een voorkeur voor de nok. Onder het hoogste deel van het pannendak ligt een witte strook vogelpoep. Hier en daar is nog een plek bescheten – onder een geliefde zitplaats.

‘Het vlieggat zit in de voorgevel’, wijst Eke. ‘Ik heb de kast expres achterin gehangen, zodat ze niet meteen naar buiten gaan, maar in de schuur kunnen leren vliegen. Soms vliegen ze heen en weer, een prachtig gezicht.’

Bovenin de achtergevel hangt vlak onder de nok een kist. Daar broedden de uilen. De kuikens hebben de schuur nog niet verlaten, al kan dat ieder moment gebeuren. Ik ben net op tijd.

Ze vliegen niet, maar twee kuikens laten zich nu goed zien. Lichte, ronde uilenkoppen. Ze loeren reikhalzend naar wie dat licht verspreidt. Ze hadden ons natuurlijk al gehoord, toen we naderden. Uilen hebben een formidabel gehoor. Hun grote oor wordt geholpen door een oorschelp van kopveertjes. Ze hebben ook scherpe ogen, maar in deze schuur is het zo donker dat muizen niet te zien zijn.

‘Muizen die de kat meebracht heb ik hier neergelegd’, zegt Eke. ‘Maar die lieten ze liggen.’

Eerst droeg alleen vader uil voedsel aan, ondertussen gaan beide ouders voor hun kroost op muizenjacht.