Blauwe knoop

Blauwe knoop. Foto Koos Dijksterhuis
Blauwe knoop. Foto Koos Dijksterhuis

Vorige week vond ik drie blauwe knopen. Geen knopen voor een jas, maar bloemen. Ze bloeiden nog volop. Heel mooi waren ze, met die bolle, hemelsblauwe bloemen. Ik vond ze op een schraal, zompig graslandje, met kalkrijk en ijzerhoudend kwelwater. Dat kwelwater hebben ze niet per se nodig, maar vinden ze wel prettig. Vochtig, schraal grasland is wel per se nodig. Schraal betekent voedselarm, wat in ons overbekunstmeste land zeldzaam is. Daarom zijn blauwe knopen van algemeen ook schaars geworden. Zoals zoveel ooit algemene planten schaars zijn geworden.

Volgens een legende heeft de duivel aan de wortels van de blauwe knoop geknaagd. Toch zou de plant heksen verjagen. Heksen en duivels gaan kennelijk niet goed samen. Ik kies blauwe knoop-gewijs dan toch voor de duivel, want hoewel ik niet aan zijn wortels zuig, sta ik graag even stil bij de bloem en laat ik me er niet door verjagen.

Blauwe knopen vormen zaadjes die nootjes genoemd worden. Dat wil zeggen dat de zaadjes min of meer los in een stevig hoesje zitten. Zoals een zonnepit, maar dan veel kleiner. De paarse nootjes steken uit het blauwe bloemhoofdje en zorgen voor een subtiele steunkleur.

Ik vind veel bloemen mooi, maar ben zeker ook van de blauwe knoop. Wat de bloem met geheelonthouding te maken heeft? Ik denk niets. Blauwe knopen lijken een beetje op blauwe knopen, dat is alles. Los daarvan ageerden negentiende-eeuwse socialisten onder arbeiders tegen drank, want met bezopen dronkelappen kon je geen revolutie winnen. ‘Een drinkende arbeider denkt niet en een denkende arbeider drinkt niet.’ De alcoholvrijmakers droegen een blauw insigne, dat de blauwe knoop werd genoemd.

(Natuurdagboek Trouw 25 sept. 2013)