Blauwe heidekikkers

Heidekikker m., foto Meint Mulder

Net als de bruine kikkers, zijn de heidekikkers op vrijersvoeten. Heidekikkers lijken op bruine kikkers, maar hebben een wat spitsere snuit en meestal een lichte rugstreep. Ze leven bovendien op de hei en knorren niet als bruine kikkers maar maken borrelende geluiden: ‘blob blob’, alsof je een melkfles onder water duwt.

In de paartijd kleuren de mannetjes helemaal blauw, als ze te water gaan. Zo blauw zal een bruine kikker niet worden. Na een paar weken is de paartijd voorbij, er hoeven geen vrouwtjes meer bestegen te worden, de eitjes zijn gelegd, de kikkers kunnen weer de hei op, het blauwe gaat er weer af. Heidekikkers zwerven tot wel een kilometer van het water, maar nemen graag een duik als het in de zomer warm en droog is.

In hun blauwe periode zwellen van heidekikvorsmannen de voorpoten op. Daarmee kunnen ze zich steviger vastklampen aan een vrouwtje, wanneer ze paren. Dat paren gaat bij kikkers anders dan bij zoogdieren. Het mannetje penetreert niet, maar wacht tot het vrouwtje haar rug kromt en haar eitjes in het water loost, waar ze zullen zwellen tot dril. Wat voor sensatie het eitjes lozen bij een mannetjeskikker teweegbrengt? Misschien raakt hij er wel zo opgewonden van, dat hij prompt klaarkomt. Misschien ook is het een veel technischer gebeuren en denkt het mannetje: ah, daar komt het, luikje open! Hoe dan ook, als de eitjes verschijnen, wordt het zaad geloosd. De bevruchting vindt plaats in het water.

Bij gevaar vlucht een heidekikker in het water of in de planten. Lukt dat niet, dan maakt hij zich zo plat mogelijk en slaat hij de voorpootjes voor zijn oogjes.