Blauwborst, zwartkop

Zwartkop m. Foto Koos Dijksterhuis
Zwartkop m. Foto Koos Dijksterhuis

Tegen de ijzige wind in fietste ik ‘s avonds nog even naar de molen in Noorddijk. Ik hoopte mijn eerste blauwborstje van dit jaar te zien, bij voorkeur met zijn blauwe borst pal in de avondzon.

Daar bij die molen is een nat rietveld met hier en daar een wilg – ideaal voor blauwborstjes. Van het verhoogde fietspad is het terrein goed te overzien. Rond deze tijd van het jaar strijken die fraaie vogels er neer, na hun reis uit West-Afrika.

Maar het waaide te hard. Het waaide zo hard dat het chaotische liedje van een blauwborst niet ver zou dragen. De vogel zelf zou bijna uit de wilgjes waaien. Ik zag geen blauwborst.

Ik kwam trouwens geen enkele vroege voorjaarsbode tegen. Ik hoopte tevens op bruine kiekendief, visdiefje, boerenzwaluw, fitis en zwartkopje. Maar nee, niets van dat alles. Qua zwarte kop gaven alleen de kokmeeuwen acte de présence, geheel in zomerkleed. Of wacht, ook een rietgors waaide voorbij, eveneens met zwarte kop.

Zwartkopjes zijn kleine, grijze zangvogels, waarvan het mannetje een zwarte, het vrouwtje een bruine pet draagt. Eind maart begint hun intocht uit Noord-Frankrijk en Zuid-Engeland. De afstanden die ze overbruggen zijn te overzien. Sommige nemen niet eens meer de moeite en blijven de hele winter in Nederland. Het gekke is dat nu de trekkers aankomen, het kouder is dan het de hele winter is geweest.

Een zwartkopmannetje dat arriveert, zoekt een plek in een boom en begint te zingen. Maandagmorgen werd ik wakker en hoorde ik door het open raam een zwartkopje zingen. Het zwartkoppenlied is vrij luid, snel en gevarieerd, en klinkt helder. Soms zitten er merelachtige frases tussen.

Hopelijk trekt dit zingende mannetje een vrouwtje aan, en gaan ze broeden. Ik ben blij met zwartkopjes in de tuin. Ik heb voor het eerst in jaren ook weer een paartje zanglijsters en een zingende groenling in de tuin. Dat belooft wat! Nu nog op pad voor een blauwborst.

(Natuurdagboek Trouw donderdag 2 april ’20)