Blad en schuur voor vlinders

Dagpauwoog. Foto Koos Dijksterhuis
Dagpauwoog. Foto Koos Dijksterhuis

Mijn tuin gaat schuil onder een laag blad. Van de stoep en het paadje naar de voordeur veeg ik het op. De rest laat ik nog even liggen. Ten eerste omdat de gft-bak meteen volzit, maar vooral omdat ik er geen last van heb. Integendeel, de rijpe appels vallen minder gauw kapot op het gespreide bladerbedje. En de bladlaag is het leefgebied voor dagvlinders, nachtvlinders, heersbeestjes en een hele rij andere wegkruipende diertjes. Regenwormen komen er juist naar boven, om de blad-oogst soldaat te maken.

Als ik het paadje hark, kom ik achtereenvolgens een nachtvlinder, een sabelsprinkhaan en een paar lieveheersbeestjes tegen. Ik bied al die dieren een alternatief onderkomen aan. Ik ben een sentimenetele dierenvriend, als het erop aankomt. De vlinder kruipt in een tot tunneltje gekruld blad en vehuist met blad en al naar de heg. De sabelsprinkhaan volgt hetzelfde parcours en de heersbeestjes laat ik zitten onder wat bladeren.

De dagpauwoog die in huis opdook, heb ik in de kom va mijn handen naar buiten gedragen, voor de open schuur, zodat ie daarin een droge schuilplaats voor de winter kon vinden. Volgens Kars Veling van de Vlinderstichting kun je zo’n vlinder beter tussen gestrekte wijs- en middenvinger aan z’n vleugels optillen, maar die tip lees ik te laat. Mijn dagpauwoog fladderde moeiteloos naar de schuurmuur, waarop hij plaatsnam. Hij leek niet bijster onder de indruk te zijn van zijn verhuizing in mijn handen, maar het gevoelsleven van een vlinder is niet te peilen.

Citroenvlinders en kleine vossen overwinteren ook wel in huis of tuin. Die overwinteraars zijn komende lente weer de eerste vlinders die zich vertonen. Alleen al voor hen zou ik blad laten liggen.

(Natuurdagboek Trouw donderdag 19 nov. 2015)