Bijzondere spirea

Moerasspirea. Foto Koos Dijksterhuis
Moerasspirea. Foto Koos Dijksterhuis

Op Schiermonnikoog wees mijn vader mij een plek aan waar hij moerasspirea wist te staan. Mijn vader kende meer van zulke plekken. Hij kende de enige groeiplaats van reseda en de enige groeiplaats van zeepkruid. Later ontdekte ik er nog meer enige groeiplaatsen bij, zoals van Robertskruid.

De vier genoemde planten zijn niet zeldzaam, maar op Schier zijn gewone planten schaars en bijzondere planten talrijk; het is op de bemeste polder na één grote groeiplaats van bijzondere planten. Toch kreeg ik als kind het idee dat spirea iets bijzonders was. Het kan helemaal geen kwaad als kind te leren dat planten bijzonder zijn. En een gewone plant ís ook bijzonder.

Moerasspirea groeit uiteraard in moerassen, vooral in ruig begroeide moerassen die aan het verlanden zijn en in vochtige bosjes en hoog gras. Hij krijgt vaak gezelschap van kattenstaarten, moeraswederiken en poelruit. De laatste soort bloeit met bloemen die op spirea lijken. Moerasspirea bloeit met roomwitte pluimen. Hij is familie van de rozen. Er is ook een gekweekte spirea voor in de tuin, met grotere, vollere, wittere bloemen en met rode stengels. Geef mij de wilde maar, die is subtieler mooi en ruikt nog naar amandelen ook.

In wetenschapslatijn heet moerasspirea Filipendula ulmaria. Filipendula betekent zoiets als draadpendel, genoemd naar de kleine, hangende draadbloempjes die samen pluimen vormen. En ulmaria betekent olmig oftewel iepig, omdat spireablad op iepenblad lijkt.

De laatste tijd kan ik de eilander spirea niet meer vinden, al kunnen er best andere, mij onbekende groeiplaatsen zijn. Maar elke keer als ik op de wal spirea zie, denk ik aan die Schiermonnikoger spirea en zie ik mijn vader voor me, tevreden neuriënd op zijn geliefde eiland.

(Natuurdagboek Trouw donderdag 28 juli 2016)