Bijvliegen boven de stad

Kleine bijvlieg, © Jeanette Essink

In de namiddagzon zat ik op een terras in de Groninger binnenstad. Recht boven me hing een insect te helicopteren. Soms schoot hij een eindje weg. Tegen de lichtblauwe lucht leek het insect zwart. Er kwam een tweede. Na een paar minuten verdwenen ze. In de tussentijd kreeg ik ze in de kijker. Met mijn hoofd in de nek keek ik recht omhoog. Het terras zat vol mensen, die me argwanend begluurden. Ik stelde scherp en zag iets wat op een bij leek. Maar ze vlogen als zweefvliegen, dus weet ik bijna zeker dat het bijvliegen waren. Bijvliegen zijn zweefvliegen die op bijen lijken.
Waren het kleine bijvliegen? Kleine bijvliegen leggen hun eitjes in bedorven water. Water waarin de bloemen te lang staan, met slijmerige slierten aan de stelen, is onweerstaanbaar voor kleine bijvliegen. Een vrouwtje plopt haar eitjes erin, met haar achterste in het water hangend. De larven steken hun staart naar het wateroppervlak, waaraan ze hun naam rattenstaartlarve danken. Die staart is een snorkel waardoor ze ademen. Is er ook een bloembak of tuintje, dan houden kleine bijvliegen het best uit in de stad. Ze voeren dansen uit, waarbij vrouwtjes boven bloemen en mannetjes boven vrouwtjes zweven, maar een heuse paring is voor zover bekend nog nooit door mensen gezien. Opletten dus.
Ik zag ze ook niet paren boven dat terras en ze leken me te groot voor kleine bijvliegen, maar hoe schat je grootte zonder vergelijking? Ze leken hoog te vliegen. Maar de op hen scherp gestelde kijker stond ook scherp op de gevel, vier meter van me af. Dus vlogen ze lager dan ik dacht en waren ze kleiner dan ik dacht.