Bijterig plaagdier

Aziatisch lieveheersbeestje, larve & kever. Foto Koos Dijksterhuis
Aziatisch lieveheersbeestje, larve & kever. Foto Koos Dijksterhuis

Ineens voel ik een prik op mijn hand. Door mijn ooghoek zie ik in een flits een beestje, voordat ik het van mijn hand wapper. Het valt op de grond en ik wil weten wie of wat mij heeft gestoken of gebeten. Ja, daar ligt het. Tot mijn verbazing blijkt het een larve te zijn van een lieveheersbeestje.

Dat lieveheersbeestjes allesbehalve lief zijn, is algemeen bekend. Toch vinden we ze lief. Ze zien er ook koddig uit. En met dat niet-lieve bedoelen we doorgaans dat ze moordmachines zijn. Ze ruimen rijen bladluizen uit de weg. Alsof we in de rouw raken van een overleden bladluis. Onze dierenliefde strekt zelden zo ver als bladluizen. Dat we een insect lief vinden is al uitzonderlijk. Behalve lieveheersbeestjes vinden we dagvlinders lief en misschien waterjuffers en libellen, zolang we die niet van dichtbij zien. Van mij mag het, ik vind lieveheersbeestjes ook lief.

De bijterige heersbeestlarve is vast en zeker een Aziatisch lieveheersbeestje in wording. Die Aziaten deugen toch al niet. Die zijn uit de tuinbouw ontsnapt waar ze als bladluizenmoordmachine worden ingezet. Tuinbouwers zijn als de dood voor per ongeluk uit Azië ingevoerde insecten, maar lieveheersbeestjes hebben ze zelf uit Azië gehaald, alsof Nederlandse heersbeestjes niet goed genoeg zijn. Die Aziaten zijn inderdaad grotere killers. Ze zijn verwilderd en horen intussen tot de talrijkste heersbeestjessoorten des lands. Ze zijn zelf een plaag geworden. En ze bijten ook nog! Ik had dat al eens gelezen, en nu voel ik het ook.

Niet dat het heel zeer doet. Ik schuif de larve op een stukje papier en zet hem buiten. Bijterig plaagdier of niet, het blijft toch een lieveheersbeestje.

(Natuurdagboek Trouw maandag 29 juni 2014)