Bijen op de bloemen

Behangersbij Megachile sp. en Groefbij Lasioglossum sp. Foto Koos Dijksterhuis
Behangersbij Megachile sp. en Groefbij Lasioglossum sp. Foto Koos Dijksterhuis

Het zoemt in mijn tuin zoals je het niet vaak meer hoort zoemen. Op de gele bloempjes van jacobskruiskruid is het een komen en gaan van bijen en zweefvliegen. Er zijn kleine bijen met een oranjerode buik en nog kleinere bijen, zwart met dunne dwarsstreepjes.

Op de foto zit een behangersbij, waarschijnschijnlijk een tuinbladsnijder. Behangersbijen knagen blaadjes in stukjes en bekleden met die blaadjes hun nestholte. Ze gebruiken er ook wel bloemblaadjes voor, zodat het een fleurig nestje kan worden. Tuinbladsnijders zijn algemeen in tuinen. Ze maken hun nest in een holletje in een muur, in hout, in een rietstengel of in de grond. Voor hun kroost verzamelen de vrouwtjes stuifmeel en dat gewilde voedsel blijft aan hun borstelige, oranjerode onderbuik zitten. Die constructie wordt door insectenkenners een buikschuier genoemd.

De bladsnijder heeft gezelschap van een kleiner bijtje, dat ook in een holletje woont. Dat holletje zit in de grond. Toch is het geen graafbij, maar een groefbij. Groefbijen zijn geen graafbijen in de verleden tijd, maar bijtjes met een groefje over hun rug. Ik weet niet welke soort groefbij het is. Misschien is het een matte bandgroefbij, want dat is de algemeenste en eet graag stuifmeel van composieten, de plantenfamilie waar jacobskruiskruid bijhoort. Matte bandgroefbijen zijn er de hele zomer.

Matte bandgroefbijen graven een gang van zo’n vijftien centimeter diep, met korte zijgangetjes waarin ze hun eitjes leggen. Het zijn geen bijen die in een volk leven, ze leven in hun eentje. Behangersbijen trouwens ook. Er komen in Nederland een paar honderd soorten wilde bijen voor. Op hommels en honingbijen na leven die allemaal in hun eentje.

(Natuurdagboek Trouw maandag 18 juli 2016)

Bijen op de bloemen
DELEN