Bijen in de buurt

Honingbij. Foto Koos Dijksterhuis
Honingbij. Foto Koos Dijksterhuis

Ondanks alarmerende berichten over de teloorgang van de honingbij zijn er dankzij vele imkers nog heel wat volkeren van. Honingbijen zijn misschien wel de enige dieren die pijnlijk kunnen steken en toch populair zijn. Gelukkig maar, want wat zouden we zonder die vredig zoemende bestuivers moeten?

Van Gabe Bosma, een imker die bij mij in de buurt woont, hoorde ik dat een bijenvolk zijn of beter haar vleugels had uitgestoken. Het volk was vorig jaar zomer samen met de oude koningin uitgevlogen en in een beukenboom beland. De boom was kennelijk goed als hangplek voor twee dagen, waarnaar de grote zwerm verhuisde naar een woonhuis, tweehonderd meter verderop.

“Een halve meter onder de dakgoot vonden de bijen een woonplaats in de spouwmuur”, vertelt Bosma. “In spouwmuren belanden zwervende zwermen wel vaker, maar de kans dat ze de winter overleven is niet zo groot.” Bosma verzekerde de bewoners dat de bijen geen schade aanrichten aan het huis, waarna ze er geen bezwaar tegen hadden. Vorige herfst dacht Bosma dat het volk dood was. Maar afgelopen lente nam hij weer een kijkje en zag hij tot zijn verrassing de bijen in- en uitvliegen. Ze leefden dus nog. “Ze moeten het overleefd hebben op hun eigen voedsel!” meldt Bosma blij. “Dat is een prachtige constatering!” Ook nu zoemt het bijenvolk nog springlevend.

Bijen overwinteren in hun spouwmuur of korf, met een voedselvoorraadje van honing. Dat deze bijen wisten te overleven, betekent dat er in de woonwijk van Bosma en mij genoeg nectar en stuifmeel te vinden moet zijn en dat er dus voldoende bloemen bloeien om een bijenvolk te onderhouden. Dat is zeker een prachtige constatering!

(Natuurdagboek Trouw vrijdag 19 aug. 2016)