Biggenkruid

Biggenkruid. Foto Koos Dijksterhuis
Biggenkruid. Foto Koos Dijksterhuis

Van gele paardebloem-look-alikes zijn er vele en ze kunnen nog variëren ook. Neem nou de goeie ouwe paardebloem zelf. Die kan op een extreem kort steeltje bloeien tussen een rozet van bladeren, kort en zo plat, dat een grasmaaimachine mismaait en een koeientong misgrijpt. Een meter verderop in de heg staat een paardebloem met lange en brede bladeren en een bloem op een stengel van een halve meter.

Sommige gele composieten zijn groot, andere klein, sommige zijn kaal, andere behaard, de een heeft meerdere bloemen op een vertakte stengel, de ander één bloem op één stengel. Zoals de paardebloem.

Ook biggenkruid heeft vaak, maar niet altijd, één bloem op een gladde stengel. Die kan ruim een halve meter hoog zijn. Als de stengel breekt, parelt er melksap uit. Biggenkruidbloemen zijn zo groot als paardebloemen. De bladeren zijn ingesneden en meestal lichtbehaard. Biggenkruid groeit op graslanden en is algemeen. De plant komt later tot bloei dan de hoofdmoot der paardebloemen. Paardebloemen kleuren gras in april geel, biggenkruiden vanaf juni. Op onze zwaarbemeste weilanden komen paardebloemen, maar geen biggenkruid tot bloei. Op vaak gemaaide, onbemeste bermen, dijken en andere graslanden houdt biggenkruid het ook voor gezien en krijgt leeuwentand de overhand. Leeuwentand wordt niet zo hoog en krijgt kleinere bloemen. Dat geldt ook voor muizenoor, dat bovendien niet-ingesneden bladeren heeft. Dan zijn er nog diverse gele havikskruiden en, om eens uit de dierennamen te raken, allerlei soorten streepzaad en melkdistel.

Biggenkruid is er trouwens ook in verschillende soorten, maar het algemeenst is gewoon biggenkruid. Bijen zijn blij met biggenkruidbloemen, die rijk zijn aan nectar. De wortels zijn weer in trek bij andere dieren: varkens, en daaraan dankt biggenkruid zijn naam.

(Natuurdagboek Trouw dinsdag 28 juni 2016)