Bidden voor prooi

Biddende Torenvalk.  Foto Rob Buiter
Biddende Torenvalk. Foto Rob Buiter

Torenvalken, buizerds, visarenden, visdiefjes, ijsvogels, klapeksters, kolibri’s, honingzuigers, zweefvliegen en sommige wespen bidden voor hun eten. Bidden, zo noemen we het op dezelfde plaats in de lucht blijven hangen door als een razende met de vleugels tegen de wind in te klapwieken. Vroeger heette het wiekelen. Het is een vermoeiende bezigheid die de biddende dieren altijd maar even volhouden. Maar als het bidden leidt tot het vangen van een prooi, is dat de inspanning meer dan waard.

Prooi, dat woord, daar gaat het om. In een ingezonden briefje in Trouw meldde lezer Auke Miedema ooit dat die vogels niet bidden, dat bidden een foutief overgenomen term uit het Engels is. In het Engels zijn roofvogels niet praying, wat biddend betekent, maar preying, wat prooiend betekent. Ze jagen immers achter prooien aan, ze zijn preying. Het klinkt plausibel. Alle hierboven genoemde vogels jagen als ze bidden achter prooi aan. Alleen kolibri’s en honingzuigers bidden niet voor prooi maar voor nectar.

In Nederland bidt geen vogel zo vaak als de torenvalk. Ik zie weleens een torenvalk bij een toren bidden, soms zelfs bij een kerktoren. Biddende torenvalken speuren de sporen van veldmuizen af. Veldmuizen hebben hun vaste, uitgesleten paadjes. Ze laten tijdens hun tochten hun plas lopen. Die plas heeft een ultraviolette uitstraling, die wij niet, maar torenvalken wel kunnen zien. Waarschijnlijk lichten die muizenpaadjes voor valken op als fluorescerende linten. Ziet een valk een veldmuis, dan klapt ie zijn wiekelende vleugels in en laat hij zich vallen. Dat gaat bliksemsnel. Toch zijn de meeste duikvluchten niet meteen succesvol. Vaak blijft de valk op halve hoogte opnieuw even bidden.

(Natuurdagboek Trouw 29 okt. 2013)