Bewoonde trapgevels

Trapgeveltjes + heremietkreeft. Foto Koos Dijksterhuis
Trapgeveltjes + heremietkreeft. Foto Koos Dijksterhuis

Toen ik acht was en op Schiermonnikoog met schelpen zoeken begon, had ik een voorkeur voor slakkenhuisjes. Ik vond lange, puntige penhorens en heel soms een wenteltrapje. Wenteltrapjes hebben bolle windingen waarover draadjes geplakt liggen, fijn als filigrain. Later vond ik ineens fuikhorens, die veel algemener bleken dan penhorens en wenteltrapjes.

Die slakkenhuisjes kon je het beste zoeken in zogenoemde gruisbanken: een door de zee op het strand gedumpt massagraf van verpulverde schelpen, zandkokerwormen, goudkammetjes, krabbenpoten, kruimels veenhout en ander grut. Als kind schuifelde ik op mijn hurken door die gruisbanken. Van de slakkenhuizen waren wenteltrapjes, spoelhorens en trapgeveltjes het meest begerenswaardig.

Tegenwoordig bestaan gruisbanken vooral uit Amerikaanse zwaardscheden, een nieuwe soort op ons strand. Slakkenhuisjes liggen er nauwelijks nog. In lege slakkenhuisjes nemen kleine heremietkreeften hun intrek, ook een nieuwe soort aan onze kust. Duizenden heremietkreeftjes wandelen over de zeebodem met hun slakkenhuis. Vooral alikruiken, maar ook glanzende tepelhoorns, fuikhorens en penhorens zijn in trek. En soms wandelen de echt zeldzame slakkenhuisjes voorbij.

We vinden drie trapgeveltjes! Zoon wil ze bewaren. Hoe krijgt hij die kreeftjes eruit, zonder ze dood te maken? Niet, vrees ik, tenzij hij ze weet te verleiden met een ander slakkenhuis. Zoon zoekt naar lege alikruiken, maar vindt ze niet, hij vindt er nog twee trapgeveltjes bij met heremietkreeft. Thuis hebben we nog wel lege alikruiken.

Op het strand liggen emmers. Zoon neemt de kreeftjes mee in een laagje zeewater en gooit er lege alikruiken bij. Na een paar uur blijkt de emmer in de zon te staan. De kreeftjes zijn dood. Eén trekken we eruit, de andere breken en zullen gaan stinken. Die leggen we zolang in de tuin.

(Natuurdagboek Trouw 6 aug. 2013)

2 gedachten aan “Bewoonde trapgevels”

  1. Geachte Heer Dijksterhuis,
    Uw bijdrage in Trouw over de wasmot inspireerde mij om er een gedicht over te schrijven. Het zal waarschijnlijk worden opgenomen in de Fries/Nederlandse bundel Tei-iizje/ ….de Nederlandse vertaling moet nog bedacht worden. Ik zou het leuk vinden u het gedicht toe te sturen. Als u het wilt ontvangen hoor ik het graag,
    Met vriendelijk groet,
    Aggie van der Meer

Reacties zijn gesloten.