Betaalschelpen

Geldkauri (de grote), koffieboontje en gevlekt koffieboontje© Koos Dijksterhuis

Ovale, bolle slakkenhuizen met een lange, gezaagde opening. Kauri’s zijn een grote schelpenfamilie. Er zijn vuistgrote soorten, ooit zeer algemeen in tropische zeeën met koraalriffen. Massaal opgevist en gedood voor de schelpenpakketjes die in de souvenirwinkels van Nederlandse badplaatsen te koop liggen. Er zijn ook piepkleine soorten. In Nederland worden twee soorten kauri’s gevonden, zij het mondjesmaat. In Zeeland zijn ze nog het minst zeldzaam, die koffieboontjes. In Bretagne en aan de Britse zuid- en westkust zijn ze algemener.

‘Moet je kijken, wat een grote koffieboon’, riep Gijs Peeters op 18 juli 2010. Met Kees Peeters zocht hij op De Kaloot naar fossiele schelpen. De Kaloot ligt onder de rook van het gigantische Sloegebied en van de kerncentrale Borssele. Peeters en Peeters hadden dus heel wat lelijkheid doorstaan voor ze op De Kaloot konden zoeken. Maar toen vonden ze ook wat, getuige hun verslag in Spirula van november/december, het blad van de Nederlandse Malacologische Vereniging. Mantelschelpen, marmerschelpen, tapijtschelpen vonden ze en zelfs een linksgedraaide noordhoren. En die grote koffieboon natuurlijk. Dat bleek geen Europese kauri te zijn, maar een tropische: de geldkauri Monetaria moneta. Die schelp is bekend als betaalmiddel van weleer. Nog steeds staat deze soort in hoog aanzien in diverse landen, vooral in West-Afrika. Daar speelt de monetaire kauri in amuletten tegen het boze oog vaak een cruciale rol.

Er zijn eerder geldkauri’s gevonden op De Kaloot. De kans dat die schelpen uit de tropen hierheen zijn gedreven of gekropen is minimaal. Waarschijnlijk zijn ze afkomstig van VOC-schepen uit de zeventiende en achttiende eeuw. Die liepen in de Zeeuwse delta wel eens tegen de grond. Er worden ook nog steeds Goudse pijpenkoppen gevonden uit die tijd.