Behoedzame stapper

Waterhoen en Kokmeeuwen, © K. Dijksterhuis

Zon schittert op de sneeuw. We zetten verplichtingen, boodschappen en werkzaamheden (dit stukje schrijf ik na afloop wel) opzij voor een wandeling. In het park zitten aalscholvers op lantaarnpalen, als duistere wachters. Drie waterhoentjes scharrelen door de sneeuw. Waterhoentjes stappen zo behoedzaam rond, alsof ze tussen kostbaar porselein laveren. Ze kunnen ook niet weten wat er onder de sneeuw ligt. Maar ze stappen even behoedzaam zonder sneeuw. Ze stappen vrijwel altijd behoedzaam, tenzij ze een aanval of vlucht inzetten. De waterhoenen steken zwart af, ondanks het witte randje op hun flank. Hun snavels zijn rood met een gele punt. Het lage, door sneeuw weerkaatste zonlicht schijnt er dwars doorheen. Waterhoentjes worden vaak verward met meerkoeten. Ze zijn beide zwart. Maar waterhoenen zijn ranker dan meerkoeten en hebben geen witte bles. En ze waggelen niet zo wijdbeens als meerkoeten, maar stappen op hoge poten, waarbij hun kop er in vertraagde schokjes telkens bijgehaald wordt. Hun staartje wipt en is wit van onderen.

Eén van de drie hoentjes stapt een steigertje op. Hij kijkt naar boven. De reling zit vol met 26 kokmeeuwen op een rij. De meeuwenkoppen wijzen allemaal naar links, hun vuurrrode snavels en poten vlammen in de zon. Een enkele heeft nog oranje poten en snavel, die kroop dit jaar uit zijn ei. Die meeuwen zouden gehakt kunnen maken van het waterhoen.

Ineens fladdert het waterhoen recht omhoog, de reling op. Daar hervat hij zijn behoedzaam stappen. De meeuwen trekken hun kop een fractie in. Verbaasd. Het waterhoen strekt zijn hals dreigend. Stap voor stap vordert hij. Eén voor één vliegen de meeuwen op. De hele reling wordt schoongeveegd.