Beestachtig!

Steekmug Aëdes nigripes@copy; K. Dijksterhuis

Heeft u wel eens hoofdluis gehad? Ik wel. Wie schoolkinderen heeft, krijgt een keer hoofdluis. Alle lakens in de was, pyjama’s, jassen en knuffels. Wat niet in de was mag, moet dagen in de vriezer. Haren borstelen was toch een kwelling. Je kon de haren doorweken met antiklit, een soort kikkerdril, de borstel bleef er zich in vast zetten. Krijg daar eens een luizenkam door! Wantrouwig vors ik ieder stofje. Tot ik de eerste echte luis uit de kam in de wastafel klop: best groot en behoorlijk beweeglijk. Ik houd niet van vergif en probeer milieuvriendelijke middeltjes. Lijnolie enzo. Kind loopt een week voor schut met stinkend vet haar en het helpt geen zier. Alleen het aller-agressiefste gif kan je van die beesten afhelpen, voor een tijdje.

In de kast, de la, onder de krant, op de trap, aan de wand, achter een schilderij; zilvervisjes duiken overal op. Ze eten boeken en behang, ze hebben iets viezigs en kunnen ziekten overdragen. Maar vooral dat gluiperige gedrag is ellendig: roerloos zitten om ineens verrassend snel weg te schieten, een kiertje in.

Houden muggen u wel eens wakker? Ze ruiken uw adem en weten u te vinden. Net als u indommelt, schrikt u wakker van gezoem. U slaat de mug weg, die zich koest houdt tot u net weer indommelt.

Vroege Vogels houdt een rotbeesten-verkiezing. Tientallen dierenvrienden reageren woest. Van hen mag het woord beest al niet, omdat het negatief klinkt, laat staan rotbeest. Het enige beest is de mens, zo meent men. Zelf neem ik de rotbeesten-verkiezing minder serieus. Trouwens, niet elk dier is me even lief. De drie hierboven bijvoorbeeld…