Altijd liefjes in het gras

Madeliefjes. Foto Koos Dijksterhuis
Madeliefjes. Foto Koos Dijksterhuis

Iedere herfst en winter krijg ik berichten van verbaasde lezers die “nog” of “al” madeliefjes hebben zien bloeien. Meestal gaan de waarnemingen gepaard met hoofdschuddend klinkende opmerkingen over de klimaatverandering.

Hoewel de gemiddelde buitentemperatuur stijgt en het klimaat meeverandert, zijn madeliefjes daar nou juist geen verrassend voorbeeld van. Het bloei- en groeiseizoen wordt weliswaar langer, maar madeliefjes bloeien nou eenmaal het hele jaar door, en ze doen dat al jaren: zomer en winter, lente en herfst. In de lente en zomer zijn er meer en bloeien ze uitbundiger; hele grasvelden vol bloeiende liefjes zijn er in de winter niet. Maar zolang het niet aanhoudend vriest, zijn er altijd wel bloeiende madeliefjes te vinden. Niet voor niets luidt hun wetenschappelijke naam Bellis perennis: blijvend mooi.

Madeliefjes worden vanouds gewaardeerd om hun altijd bloeiende bloemen, de liefjes. Ook door mij. Toen ik ooit een huisje kreeg met een tuintje, maaide ik het gras voorzichtig om de madeliefjes heen. Maar daardoor verdwenen de kleinoden juist. Madeliefjes zijn uitstekend bestand tegen begrazing en bemaaiing. Zonder maaien leggen ze het af tegen het gras. Ook met kunstmest zijn ze te verjagen, wat verklaart dat ze uit onze turboweilanden verdwenen zijn.

Als kind moest ik op een verjaardag eens zoveel mogelijk planten opnoemen, die met een dierennaam begonnen. Paardebloem, havikskruid, leeuwetand, madeliefje. Een made was immers een vliegenlarve? Maar naar die made zijn de liefjes niet genoemd. Sommigen beweren dat madelief van maagdelief komt, een eerbetoon aan Jezus’ moeder.

Maar een made is ook een hooiland. Bij Groningen liggen bijvoorbeeld de Peizermaden, de hooilanden van Peize. En madeliefjes staan zoals gezegd altijd in het gras, vooral als dat gemaaid of gehooid wordt.

(Natuurdagboek Trouw donderdag 10 dec. 2015)