Als de merel maar niet gaat nestelen

Merel. Foto Koos Dijksterhuis
Merel. Foto Koos Dijksterhuis

Door het raam zie ik beweging in de haag. Het is een merel, een mannetje. Als hij maar geen plek voor een nest vindt, schiet het door me heen. De haag is dicht en donker en oefent een grote aantrekkingskracht uit op merels.

Vaak nestelen er merels in die haag. Altijd worden de nesten uitgehaald door katten; altijd, op één keer na. Toen werden de kuikens pas gepakt nadat ze waren uitgevlogen. Die goed bedoelde haag fungeert als dodelijke merelval. Het zanglijsternest dat er een keer zat, trof hetzelfde lot. Daarna heb ik de moederlijster niet meer gezien, ik vrees dat ze zelf ook gegrepen is, misschien is ze wel van het nest geplukt terwijl ze roerloos haar eitjes bebroedde.

Onze tuin is klein maar een relatieve wildernis te midden van de gebruikelijke intratuinen. De buurt-egel woont bij ons, de buurt-mol heeft twee jaar bij ons gewoond, de buurt-steenmarter komt vaak buurten. Behalve vogels zijn er kikkers, woelmuizen, bosmuizen, spitsmuizen, vlinders en hommels. Dat maakt onze tuin onweerstaanbaar voor buurtkatten. De tuin is een jachtveld, een slagveld. Ik snap het best van die katten. Het is als dat ene plukje boerenland waar nog weidevogels zitten en waar dus alle roofdieren op afkomen. De katten vinden mij trouwens leuker dan ik hen. Als ik ze wegjaag komen ze naar me toe en dan wordt het ei in me zacht en aai ik ze ook nog. Voor ze terugkeren naar hun betegelde domein poepen of sproeien ze vaak nog even.

Met bewonderenswaardig geduld weten katten vogelnesten te zoeken en vinden. Ze zitten te wachten tot een merel in de heg verdwijnt of eruit komt, inspecteren de plek en wringen zich in de scherpste bochten om de boel leeg te halen.  Zelfs hoog in mijn met gaas beschermde, tegen de muur groeiende klimop gaat een nest eraan.

Het is nog te vroeg in het jaar voor nestelen. Door het raam zie ik de merel uit de haag fladderen en naar het drinkbakje hippen.

(Natuurdagboek Trouw donderdag 13 januari ’22)