Alfa- en bèta-konijn

Foto Koos Dijksterhuis
Foto Koos Dijksterhuis

Onze twee konijnen blijven bijna de hele winter in de tuin. Alleen als het stevig vriest bij een felle wind, zet ik ze bij de cavia’s in de schuur. De cavia’s vinden dat wel fijn. Ze vlijen zich tegen een zacht, warm konijnenlijf. De konijnen zitten hun tijd uit. Als ik ze na drie dagen weer in de tuin loslaat, rennen ze rond, huppelend en springend. Soms gaan ze met vier poten de lucht in, waar ze een twist met hun achterpoten maken. Sneeuw is helemaal een bron van vermaak. Koud maar zacht en ideaal om in te wroeten. Alles wordt opnieuw verkend en besnuffeld, ze klimmen op de driehoekige ren van gaas en springen er weer af.

Hoogtepunten van de dag zijn de brokjes ’s morgens, de schillen ’s middags en de wortels ’s avonds. Ze zijn vrijwel altijd buiten, het moet pijpestelen regenen of hagelen, willen ze in hun hok met hooi schuilen. ’s Morgens zet ik het bakje brokken erin. Eerst eet de een. Hij is de alfaman. Hij wordt gelikt door Baloe de bètaman. Omgekeerd jaagt hij Baloe weg als er iets lekkers is. Ik geef dus twee porties en teveel brokjes voor één. Na Alfa eet Baloe. Als er dan nog wat over blijft, wagen kauwtjes zich in het hok.

Op een ochtend lag het gras vol plukken konijnenhaar. Blauwgrijze plukken, van Baloe dus. Die middag sprong er een kat over het hek. Hij rende achter de konijnen aan… Er springen zelden katten over het hek en als ze het doen, jagen de konijnen ze weer weg, vooral Alfa. Maar deze kat is volhardend… (morgen de afloop).

(Natuurdagboek Trouw 26 maart 2013)