Aardsterren

Gekraagde aardster. Foto Koos Dijksterhuis

We fietsen langs de binnenduinrand bij Driehuis langs de Kennemerduinen. De weg slingert charmant onder kale loofbomen en groene naaldbomen door. De berm tussen weg en fietspad schiet onder mij door. Lang gras, het ziet er vermoeid uit, alsof het geen zin meer heeft in groeien na het lange groeiseizoen. Maar het is warm voor de tijd van het jaar, het krijgt geen rust. Tussen de groene halmen zie ik beige eitjes. Ik stap af. De eitjes zijn uitjes, drie centimeter brede en vier centimeter hoge bolletjes die in een punt uitlopen, een soort tepel. Daaruit waaieren de sporen van deze paddestoelen. Het zijn aardsterren, gekraagde aardsterren om precies te zijn. Er komen negentien soorten aardsterren voor in Nederland, waarvan de gekraagde de minst zeldzame zijn. Althans, aan de binnenduinrand zijn ze niet zo zeldzaam. Even later vinden we ze ook in de duinen; onder berken en kardinaalsmutsen. Er staat zelfs een prachtige heksenkring van aardsterren, een gekraagde heksenkring.

De hoed van een zwam wordt wel het vruchtlichaam genoemd, omdat het de sporen bevat. Het ui-vormige bolletje dat op de grond groeit is het vruchtlichaam van de aardster. Als de sporen en de tijd rijp zijn, knapt de schil van de ui open. Als een gepelde mandarijn vouwt die schil zich in vier tot acht punten naar buiten, zodat het vruchtlichaam een stervormige kraag krijgt. Niet alleen de gekraagde aardster heeft zo’n kraag. De gekraagde aardster heet gekraagd, omdat hij op de eerste nog een tweede kraag openvouwt.

Zeldzaam zijn ze misschien niet, maar ik vind aardsterren heel bijzonder. Dat we ze aan de eerste de beste binnenduinrand vinden, maakt mijn dag helemaal goed.